Interview Trends: Wijs is niet altijd grijs  (08/11/2012)

ROELAND BYL

Het was logisch om politica Inge Vervotte (34) te koppelen aan Koen Maertens (35). Hij is de directeur van Oscare, een nazorg-centrum voor kinderen met brandwonden. Inge Vervotte ruilt volgend jaar de politiek in voor een leidersrol als voorzitter van het dagelijks bestuur bij de Emmaüsgroep.

Dat Koen Maertens nu geregeld op restaurant mag met Inge Vervotte heeft hij te danken aan Twitter. Een tweet over het VMA-programma jonge managers, wijze mentors maakte hem nieuwsgierig. Een paar uur surfen later, en vlak voor de deadline, leverde hij zijn motivatiebrief en cv in. En kijk, Maertens werd gekoppeld aan de politica Inge Vervotte.

Ze hebben elkaar nu een keer of vijf gezien, en meestal gebeurde dat tijdens een lunch. “Niet dat we met de culinaire gids in de hand ons plekje kiezen”, verduidelijkt Vervotte. Ze is trouwens tevreden met haar pupil. De matching is goed gebeurd. En dat was voor haar een voorwaarde om aan dit programma mee te werken. Net zoals ze enkel wilde meedoen als de invulling flexibel mocht zijn en dat ze maar niet het gevoel zou krijgen dat ze haar tijd zou verspillen. Dat is niet het geval. “Bovendien ben ik blij dat Koen ook meer houdt van een hapje te eten dan van marathons te lopen”, lacht ze.

Niet de cijfermatige bedrijfsinfo is het belangrijkste gespreksonderwerp tussen de jonge manager en zijn mentor. Het zijn de conflictsituaties en intermenselijke relaties die de boventoon voeren. Eigenlijk is dat kantoorpolitiek. En over politiek weet Vervotte natuurlijk wel wat.

Als directeur van Oscare, een nazorgcentrum voor kinderen met brandwonden, is Maertens misschien niet meteen de carrièreknaap waar iedereen aan denkt bij een VMA-training. Nochtans ziet hij eruit als een echte manager en is hij een workaholic. “Toen ik mijn aanvraag indiende, had ik niet meteen een beeld van wat ik mocht verwachten. Ik dacht toen vooral: ‘het lijkt me wel iets om tips te krijgen’. Heel concreet waren mijn gedachten op dat moment nog niet. Daarom was ik nogal verrast met mijn mentor, want wijs is blijkbaar niet altijd grijs.”

Vervotte is nog lang niet grijs. Ze heeft bovendien een enigszins atypisch profiel. Een politieke blitzcarrière volgde op een opvallende rol als vakbondsafgevaardigde in het Sabena-dossier. En daarmee werd zo’n 34-jarig meisje een wijze mentor. “Ik denk dat je op vele terreinen ervaringen kan opdoen. Ik merk ook dat de mensen vaak meer geïnteresseerd zijn in hoe je de dingen aanpakt dan wel in een soort theoretische kennis”, zegt Vervotte.

Blijkbaar is dat de ideale houding voor dit mentorprogramma. In het duo Maertens-Vervotte bepaalt de pupil de inhoud van het programma. Hij vertelt aan zijn mentor wat hij wil weten, veeleer dan dat de mentor een programma opstelt. En vice versa, natuurlijk. “Ik denk dat het sowieso een wisselwerking moet zijn. Uitleggen wat je zoekt, is een deel van het programma. Ik ben blij dat er geen strak keurslijf is waarvan je niet kan afwijken”, zegt Maertens.

“Dit is geen opleiding zoals de Vlerick Management School. Hier ga je op zoek naar vaardigheden en naar het delen van ervaringen die je in je eigen organisatie nauwelijks kwijt kan omdat de mensen met wie je spreekt werknemers zijn die je aanstuurt dan wel mensen uit de raad van bestuur die jouw resultaten in de gaten moeten houden.”

“Ik geloof niet in één definitie van leiderschap”, zegt Vervotte. “Een arts in de operatiekamer geeft anders leiding dan ik als militant heb gedaan. Het is belangrijker in staat te zijn die leiderschapsrollen naast elkaar te kunnen spelen. Dat schakelen tussen types van leiderschap betekent ook dat je moet leren aanvoelen welk type van leiderschap in welke situatie gepast is.”

Vervotte gelooft dus in een soort kameleonmanager die weet wanneer hij leider-leider, coach of juist onderhandelaar moet zijn. “Daar kan ik me bij aansluiten”, weet Maertens. “Ik probeer dat ook zo in te vullen. Ik denk dat je er vooral op moet letten dat je authentiek blijft. Maar het spreekt voor zich dat je wanneer je moeilijke situaties moet oplossen, als leider geen eenduidige rol meer hebt. Dat is trouwens een belangrijk element in dit programma. Hoe kan je als persoon groeien om je leiderschap te ondersteunen. Je doet allerlei ervaringen op, ook in negatieve situaties, en dan is het goed die eens af te toetsen bij iemand die niet tot je organisatie hoort.”

De belangrijkste les die Maertens ondertussen heeft geleerd, draait niet om conflicten die je carrière kunnen ondermijnen. Neen, de noodzaak om voor zichzelf te zorgen, dat moet hij leren. “Koen is een workaholic”, zegt Vervotte. “Dat houdt ook risico’s in. Ik heb het geluk gehad dat mensen in mijn omgeving op erg verschillende manieren omgingen met de verantwoordelijkheid die ze hadden opgenomen. Daaruit heb ik lessen getrokken.”

“Een goede thuisbasis, wat dat ook betekent, is geen luxe om de stress te verwerken. Workaholics zien dat te weinig als een positieve bron voor hun carrière. Mentale gezondheid is nochtans een noodzaak om je job goed te blijven doen. En dat is bij de hardwerkende Vlaming niet altijd even vanzelfsprekend. Mijn overtuiging is: een duurzame carrière houdt in dat je een sterke persoonlijkheid blijft, en daarom moet je ook tijd voor jezelf nemen.”

“Ik weet dat ik daar inderdaad aan moet werken”, zegt Maertens. “Ik sta op en ga slapen met Oscare. Ik besef dat zoiets geen goede bron is om de mentale en fysieke frisheid te bewaren om de juiste beslissingen te blijven nemen. Onze gesprekken hebben me aan het denken gezet. Ik heb het er moeilijk mee, omdat ik een groot verantwoordelijkheidsgevoel steeds koppel aan veel engagement. Dat is altijd zo geweest; ook al in mijn studententijd. Maar goed, ik probeer er nu iets aan te doen. Zo ben ik deze zomer toch een paar keer naar een festival getrokken en ga ik binnenkort voor het eerst met mijn partner op vakantie zonder werk mee te nemen.

Maak van werknemers en bedrijven geen wegwerpproduct  (28/10/2012)

Onderstaand opiniestuk verscheen in De Morgen:

Inge Vervotte was ACV-secretaris bij de sluiting van Sabena, en CD&V-minister van 2004 tot 2011, onder meer van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. Volgend jaar wordt zij voorzitter van het zorgnetwerk Emmaus. 

Het drama van Ford Genk raakt het hart van ons sociaal-economisch model. We kunnen kiezen voor de mensen, of vastklampen aan de dada’s

Ik zat in de wagen toen ik het nieuws op de radio hoorde over de beslissing van Ford Europa om Ford Genk tegen 2014 volledig te sluiten. Kippenvel kreeg ik van de boodschap: omwille van de inhoud en omwille van de manier waarop. Koel, kil, afstandelijk, anoniem.

Wat is er toch aan de hand met onze samenleving als we toelaten dat een bedrijf op een steriele, ijskoude, afstandelijke manier omgaat met mensen zoals Ford deed? Zo in schril contrast met de harde realiteit voor de werknemers: een voor hen zeer ingrijpende beslissing, die hun verplicht om buiten hun wil om en ondanks al de geleverde inspanningen en inleveringen, een ander leven aan te vatten. Ook ik ben absolute voorstander van het versterken van mensen door opleidingen, begeleidingen, coaching enz, maar ik weiger me blind neer te leggen bij de zogenaamde vervangbaarheid en gemakkelijke inwisselbaarheid van mensen en jobs. In de hoop dat die jobs er dan ook mogen zijn, want in tijden van economische en sociale crisis is dit allemaal minder evident dan waarschijnlijk verwacht. Hoe probeer je aan je kinderen uit te leggen dat het de moeite waard is om je te engageren voor een job en een arbeidsethos te ontwikkelen als er van ma en pa koudweg afscheid genomen wordt op deze afstandelijke manier? En hoe moeten mensen met vertrouwen en openheid in werk en leven staan als “het gegeven woord” alleen nog maar betekenis blijkt te hebben voor “naïevelingen die niet in een economische realiteit staan”?

Laten we dus echt tot de kern van de kwestie komen. Hoe kunnen wij mensen een toekomst geven die bouwt op zorgzame (arbeids-)relaties, waar niet alles zo maar en zo eenvoudig inwisselbaar is en waar je mag rekenen op elkaars moed en creativiteit en inzet om elkaar vast te houden, ook en vooral in moeilijke tijden? Welk sociaal en economisch model bouw je uit om dit te realiseren? En hier ligt de uitdaging voor de komende onderhandelingen van de sociale partners en voor de regeringen op Vlaams, Federaal en ook Europees niveau. Ik mag hopen dat de gesprekken boven de heersende kilte uit kunnen stijgen, dat ze er rekening mee houden dat werknemers en bedrijven niet een soort wegwerpproduct zijn, maar wel mensen die willen leven, die het goed willen hebben en die gelukkig willen zijn.

Blijven we kiezen voor een verdeel en heers-strategie waarin werkgever en werknemer tegen elkaar opgezet worden om hun eigen dada’s op korte termijn te kunnen realiseren, of sluiten we samen een pact waarin we resoluut kiezen voor meer duurzaamheid en houvast voor werknemers én werkgevers ? Of we het nu leuk vinden of niet, we zijn elkaars grootste bondgenoot om de tewerkstelling in België op peil te houden en om Europa een rol van betekenis te blijven geven op wereldvlak.

Kiezen we voor een sociaal en economisch model waar zorgzaamheid en respect en wederzijds engagement eerder beloond wordt in plaats van afgestraft? Laten we de bladzijde niet zomaar en niet te vlug draaien. Is het teveel gevraagd als ik de hoop durf uit te spreken dat de zorg voor de Fordwerknemers en werknemers van toeleveranciers en de mens die er achter zit, de leidraad zou worden in de Renaultgesprekken die de komende maanden gevoerd zullen moeten worden?

Laten we stil staan bij deze schokkende gebeurtenis en rouwen. En laten we vanuit deze verontwaardiging kracht putten om lange termijn keuzes te maken in naam van het algemeen belang waar fundamentele waarden zoals respect, zorgzaamheid en duurzaamheid en wederkerigheid terug de plaats in onze samenleving krijgt die het verdient.

Ouderenzorg, altijd mijn prioriteit geweest  (31/08/2012)

De voorbije dagen verschenen verscheidene berichten over de toekomst van de ouderenzorg in Vlaanderen. Ik denk dat niemand zal betwisten dat dit een van de grote uitdagingen is voor de volgende jaren en decennia. De vergrijzing heeft immers grote gevolgen.

Ouderenzorg is voor mij dan ook altijd een prioriteit geweest. Ik ondersteun de vraag naar meer investeringen, en heb er zelf ook hard voor gewerkt als Vlaams minister, in de periode 2004-2007. Daarom enkele cijfers:

Rusthuizen

  • Facturen van rusthuizen werden transparanter, zodat ouderen beter kunnen vergelijken. Vanaf 1 juli 2007 is het voor bewoners in elk rusthuis (ook vooraf) duidelijk hoe hoog de dagprijs is. In elk rusthuis is een verplicht minimaal pakket in de dagprijs begrepen. Voor elk supplement dat moet worden betaald, krijgt men een bewijs. Ten slotte mogen supplementen enkel nog worden aangerekend aan marktconforme prijzen (prijzen die ook buiten het rusthuis gangbaar zijn). In de schriftelijke overeenkomst die een bewoner met de voorziening afsluit, worden een aantal principes wettelijk op uniforme wijze bepaald, o.m. regelingen bij tijdelijke afwezigheid van de bewoner, bij beëindiging van de schriftelijke overeenkomst, binnen welke periode de kamer ontruimd moet worden na overlijden, wat de opzegtermijnen zijn,…
  • Door een nieuwe financieringstechniek konden 62 rustoorden, 24 ziekenhuizen en 11 voorzieningen voor personen met een handicap versneld gebouwd of gerenoveerd worden.
  • 1.000 voorzieningen kregen gratis een opstartpakket voor energieboekhouding. Met het opstartpakket kunnen de voorzieningen hun energieverbruik beter opvolgen en hun eigen verbruik vergelijken met dat van gelijkaardige voorzieningen.

Overzicht projecten ouderenzorg

  • Het project Animatorenbeurs Docendo (FOS) (15.000 euro). De beurs vond plaats op 14 en 15 juni 2005.
  • Project Leiflijn (48.000 euro) telefonische hulp bij problematiek einde van het leven.
  • Project Urobel (50.000 euro). Inspelen op de incontinentieproblematiek om langer thuis te kunnen blijven.
  • Maatregelen voor bestrijding van MRSA (268.000 euro). Vorming aan de personeelsleden in de rusthuizen, onder meer door het ontwikkelen van een DVD, CD-ROM en het organisren van vormingsdagen en het trainen van een aantal trainers.
  • Psychologische ondersteuning voor ouderen en personeel in rusthuizen: ”Outreach vanuit Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg” (175.000 euro)
  • Ethiek in de ouderenzorg (50.000 euro). In dit project wil men de zorgzaamheid van de wilsonbekwame personen in de laatse levensfase concreet maken.

Vlaams ouderenbeleidsplan
Zoals bepaald in het ouderenparticipatiedecreet. Horizontaal beleidsplan binnen Vlaamse Regering t.a.v. ouderen. Voor de vorming van de ouderenbeleidscoördinator hebben we 148.000 euro ter beschikking. Dit moet gezien worden als het eerste besluit in de uitvoering van het decreet inza-ke de beleidsparticipatie van ouderen.

Zorgverzekering
In de zorgverzekering hebben we het stelsel versterkt. Het totaal aan middelen steeg in drie jaar met 280 miljoen euro. Zo trekken we o.m. de maandelijkse vergoeding op voor mensen die thuis verzorgd worden (tot 95 euro in 2006, 105 in 2007, 115 in 2008 en 125 in 2009)

Liefste 16-jarige (De Standaard)  (19/07/2012)

Voor wie 16 jaar is, lijkt alles nog mogelijk. Je hebt weinig verleden, maar wel veel toekomst en een hoop dromen. Wat blijft daar, jaren later, van over? Wat heb je gerealiseerd, wat niet en hoe kwam dat? Heb je verkeerde keuzes gemaakt, waardevolle mensen verwaarloosd? Of net veel meer bereikt dan je ooit had gedacht, meer vreugde beleefd en onverwachte steun gekregen? In de reeks Brief aan mijn 16-jarige zelf kijken mensen terug naar wie ze waren en geven ze raad aan zichzelf.

Vandaag Inge Vervotte

Liefste 16-jarige,

‘Je bent een meisje dat heel intens leeft. Je speelt piano, doet aan ballet, bent bij de Chiro. Je hebt een vriendje, niet voor een paar dagen, maar meteen serieus. Je bent erg gevoelig voor sferen, omgevingen en emoties. Alles is zwart of wit. Grijs bestaat niet in jouw wereld. Je móét altijd een kant kiezen. Je vindt dat volwassenen erg slordig en afstandelijk omspringen met hun gevoelens. Als er iemand sterft, schijnt iedereen de volgende morgen al weer over te gaan tot de orde van de dag. Dat vind je zo onbegrijpelijk, zo onaanvaardbaar. De wereld van de volwassenen ervaar je als hard en koel. Je wilt daar niet bijhoren. Je hebt het gevoel dat je nergens bijhoort.’

‘Je verzet je tegen het enige waartegen je je op jouw leeftijd kunt verzetten: je bent schoolmoe. Je ziet er de zin niet van in. Je bent er zelfs van overtuigd dat je nooit van je leven nog een boek zult openslaan. Je zult het misschien niet geloven, maar nu, achttien jaar later, ben je een eeuwige student geworden. Er gaat geen week voorbij of je moet een goed boek gelezen hebben.’

Mensen kijken

‘Ik heb nu vrienden met zonen en dochters van jouw leeftijd. Sommige van die tieners zijn net als jij schoolmoe. Het is bijzonder om dat nu te kunnen bekijken door de ogen van hun ouders. Hoeveel stress zij ervaren, hoeveel zorgen zij zich maken om de toekomst van hun kinderen. Ik weet dat die kinderen niet aan hun toekomst denken. Dat doe jij ook niet. Je zoekt geen aansluiting bij het systeem. Je vindt dat het systeem niet bij jou past. Je bent niet met je toekomst bezig, maar met het hier en nu.’

‘Je vindt mensen zoveel belangrijker dan boeken. Urenlang kun je naar hen kijken. Niets vind je zo plezant als onder de mensen te zijn. Dat mensgerichte zal je later nog heel goed van pas komen. Maar jij weet nog niet wat je daarmee aan moet. Het is geen specifiek talent, zoals muziek of wiskunde. Het is iets vaag, iets dat niet direct de weg toont. Je hebt echt geen idee wat er van je zal worden.’

‘Het staat in de sterren geschreven dat het ‘iets met mensen’ zal zijn. Iets in de sociale sector, maar niet in een één-op-één­relatie. Je wilt liever iets met groepen doen. Je wilt taboes doorbreken, en religie en spiritualiteit zullen ook een rol spelen in je leven.’

‘Je hebt een grote wens om op ­eigen benen te staan. Je droomt hevig van een eigen plek. Tegenover je ouderlijke huis liggen twee garages: je denkt dat één zo’n garage al zal volstaan om goed in te kunnen leven. Je denkt dat je je zo’n garage wel zult kunnen veroorloven.’

‘Je ouders zijn nogal streng. Je mag maar een keer per maand uitgaan en je moet op tijd thuiskomen. Je vriendje komt niet verder dan de voordeur. Je groeit op in een gezin waar privacy erg belangrijk is. Gelukkig ook je eigen privacy: je brengt uren op je kamer door in het gezelschap van muziek. Dat is goed. Je hebt die tijd nodig om al die intense indrukken te laten bezinken. Maar als er gegeten wordt, kom je naar beneden. Eten gebeurt altijd samen. Er zijn duidelijke regels. Daar heb je geluk mee, denk ik nu, want die regels geven je houvast. Je bent zelf te zoekende en te emotioneel om de juiste beslissingen te nemen.’

Idealen

‘Je ouders zijn al wat ouder en je neemt je voor om op jonge leeftijd kinderen te krijgen – of helemaal niet. Gek, ik ben nog altijd kinderloos en toch al 34! Je wilt het anders doen. Niet dat je vaak ruzie maakt, helemaal niet. Je vader heeft een onvoorwaardelijk vertrouwen in jou, hij gelooft dat je op je pootjes zult terechtkomen.’

‘Je ouders gaan er ook mee akkoord dat je op school van richting verandert: je laat de Latijn-wiskunde achter je en stapt over naar de humane wetenschappen. Het is je redding. Je komt er enkele leerkrachten tegen met wie het klikt. Mensen van wie je ontdekt: tiens, die denken zoals ik. Dat is misschien niet helemaal waar, maar het helpt je wel. Over het algemeen voel je je onbegrepen, maar deze mensen geven je het gevoel dat ze je wel begrijpen, zonder dat ze het zeggen. Nee, ik ga hier ook niet zeggen dat ik jou begrijp. Dat is wel het laatste dat zou helpen. Je moet het zelf doen.’

‘Ik vind het moeilijk om jou van hieruit advies te geven. Je bent op een leeftijd waarop je zo ontevreden bent over bijna alles: je uiterlijk, je talenten, je omgeving, je gezin. Intrinsiek is daar niets mis mee. Het ongelukkig zijn is inherent aan je levens­fase. Ik zou willen zeggen: wees niet te streng voor jezelf. Heb vertrouwen. Ik weet dat jij nu alleen maar zwart-wit kunt denken, maar bedenk toch dat grijs niet noodzakelijk slecht is. Er is bij wijze van spreken niets zo schoon is als dat je grijs kunt toevoegen aan een complexiteit of een realiteit.’

‘Je loopt ook je eerste teleurstellingen op, in vriendschappen of relaties. Misschien doe je te hard je best. Je ontdekt dat de wereld niet zo ideaal is als je haar droomt. Het is een harde les. En je hebt nog geen zin om die ideale droomwereld los te laten. Je beseft nog niet dat die een constructie is. Het streven maakt je soms meer ongelukkig dan gelukkig. Hou die idealen vast! Je zult al doende leren dat je ook kunt streven zonder daar ongelukkig van te worden.’

Verpakking aangepast

‘Het jaagt mij soms wel angst aan om te zien hoe jongeren van jouw leeftijd vandaag naar een roes zoeken in alcohol of drugs. Ik ben blij dat jij daar niet aan meedoet. Het is een essentiële voorwaarde om zo intens te kunnen leven als jij doet. Je zoekt de grenzen op, maar je geeft het stuur niet uit handen. Houden zo.’

‘Zou je tevreden zijn als je ziet wie ik geworden ben? Amai, ik weet het niet. Je zou misschien vinden dat ik mij te veel geconfirmeerd heb aan de samenleving. Je zou je afvragen waar dat buitenbeentje is gebleven. Jij, als 16-jarige, vindt dat een mens ook aan de buitenkant moet laten zien hoe hij van binnen is. Ik, als 34-jarige, weet dat er een verschil is tussen de verpakking en de inhoud. Ik heb mijn verpakking inderdaad aangepast aan de verwachtingen van anderen. Ik heb mijn uiterlijk ondergeschikt gemaakt aan mijn toegankelijkheid. Omdat ik zo graag naar verhalen van mensen luister.’

‘Ik was nog jong toen ik een publieke bekendheid werd. Ik werd getest, dat is logisch. Ik leerde dat je uiterlijk een dam kan opwerpen. Ach, alle begin is moeilijk. Ik slaag er steeds beter in om ook daar een persoonlijke weg in te vinden. Ja, ik ben geworden wie ik ben, dankzij jou. Je mag er zeker van zijn: die moeilijke, intensieve tijd waar je nu doorgaat, de vervreemding die je nu ervaart, die gaat weer over. Het is een tijdelijk gevoel. Wees niet bang: dat het overgaat, betekent niet dat je oppervlakkig zult leven. Het is een noodzakelijke transitie, zoals ook je zorgeloze kindertijd je heeft gevormd. Het zijn twee zijden van dezelfde medaille. Ik zou geen van beide hebben willen missen.’

Fijne dag nog,

Inge

Geboren op 27 december 1977

in Bonheiden.

Opleiding: Katholieke Sociale Hogeschool.

Werk: begon bij de christelijke vakbond ACV. Na een halfjaar vertrok ze naar de vormingsdienst van de ACV-centrale voor de Openbare Dienst, waar ze opleiding gaf. Ze legde zich toe

op Sabena en werd secretaris

voor de hele luchtvaartsector.

In 2003 verkozen tot kamerlid

van CD&V.

In 2004 Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

In juni 2007 nam ze ontslag als minister.

In december 2007 werd ze federaal minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven.

In december 2008 trad ze af om zich in de zomer van 2011 uit de actieve politiek terug te trekken.

Vanaf januari 2013 wordt ze voorzitter van Emmaüs, een groep van zorginstellingen.

Opgetekend door Veerle Beel

Interessant artikel over levenseinde  ()

http://issuu.com/w247/docs/2012_zorgwijzer_29/29