6,6 miljoen euro voor 3000 extra plaatsen in de kinderopvang  (24/10/2005)

Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Inge Vervotte maakt 6,6 miljoen euro vrij voor de uitbreiding van de kinderopvang. In totaal zullen er 3000 extra plaatsen gerealiseerd worden in 2006 – 2007.

• Vlaanderen telt 782.000 kinderen onder de 12 jaar, die kunnen gebruik maken van kinderopvangfaciliteiten.
• In 2004 ging 55,7% van de kinderen onder de 3 jaar regelmatig naar de opvang.
(d.w.z. minstens gedurende een ononderbroken periode van 5 uren per week, bij familie, bij een onthaalouder of in een kinderdagverblijf).
• 55% van de kinderen van 3 tot 6 jaar maakt gebruik van buitenschoolse opvang. Bij de 6- tot 12-jarigen is dat 39,8%.
Kinderopvang heeft dan ook 3 belangrijke maatschappelijke functies:
• Het ondersteunt de economie, omdat gezinnen werk en gezin beter kunnen combineren.
• Kinderopvang stimuleert de fysieke en psychische ontwikkeling van het kind.
• Ten slotte zorgt het ook voor een betere integratie en gaat het uitsluiting tegen.

Evolutie van het aantal plaatsen voor kinderen van 0-12 jaar
Per 1000 kinderen van 0 tot 3 jaar zijn er nu 346 opvangplaatsen in de voorschoolse opvang. Vlaanderen scoort daarmee nu al hoger dan de Europese Barcelona-norm (330 plaatsen/1000 kinderen), die normaal pas in 2010 moest bereikt worden. Toch wil minister Inge Vervotte blijven werken aan de uitbreiding van het aanbod. Ze maakt daarom 6,6 miljoen euro vrij, voor meer dan 3000 extra plaatsen in 2006-2007.

Verdeling van de extra plaatsen 2006-2007 over de sectoren
Er zijn diverse voorzieningen voor kinderopvang: ouders kunnen met hun kinderen voor dagopvang en buitenschoolse opvang terecht bij erkende kinderdagverblijven, diensten voor opvanggezinnen, zelfstandige kinderdagverblijven of mini-crèches, zelfstandige onthaalouders, erkende initiatieven voor buitenschoolse opvang (IBO) en schoolopvang.
Voor de verdeling van de plaatsen over de verschillende sectoren, zal binnen de beschikbare middelen gezocht worden naar de best mogelijke besteding. Kind & Gezin hanteert daarvoor een transparant stappenplan, waarbij de volgende criteria een rol spelen:
- de plaatsen moeten op korte termijn kunnen gerealiseerd worden en dus effect hebben op de opvangdruk;
- de kaart met ‘witte vlekken’ in Vlaanderen is een referentielijst;
- extra aandacht voor opvang in grote steden zoals Antwerpen, Gent en Brussel;
- nieuwe plaatsen moeten bijdragen tot de realisatie van de 3 maatschappelijke functies.
Extra aandachtspunten
Minister Vervotte wil naast de kwantitatieve uitbreiding ook aandacht hebben voor andere vragen binnen de sector:
- Betere financiële ondersteuning voor mini-crèches (met 8 tot 22 plaatsen): hun vergoeding van 400 euro per plaats per jaar wordt opgetrokken tot 500 euro.
- Verlichten van de werkdruk van de Diensten voor Opvanggezinnen. We overleggen met de diensten om extra middelen en personeel in te zetten zodat hun administratieve druk (sociaal statuut, berekening ouderbijdrage) verlicht wordt.
- Plaatsen die door lokale besturen worden georganiseerd krijgen dezelfde subsidies als private initiatieven. Deze gelijkschakeling geldt enkel voor nieuwe plaatsen in de toekomst.

Proefprojecten nieuwe organisatie van de kinderopvang
We willen investeren in de kwaliteit van de opvang door de knowhow die er nu reeds is, te bundelen, zodat we een bereikbaarder en flexibeler aanbod kunnen realiseren. Daarom overwegen we proefprojecten op te zetten rond grotere ‘centra voor kinderopvang’. Ouders kunnen er op één plaats terecht voor verschillende vormen van kinderopvang (dagopvang, flexibele opvang, buitenschoolse opvang, opvang van kinderen met specifieke noden,…)
De voordelen zijn divers:
- deze centra zijn vlotter toegankelijk omdat er één centrale plaats is met een ruim aanbod;
- sterker management omdat de krachten gebundeld worden;
- beter aanbod inzake flexibele en occasionele opvang.

Achtergrondcijfers
Aantal geboorten stijgt
In 2004 telde het Vlaams Gewest 62 374 geboorten, dit is 2140 geboorten meer dan in 2003 (+4%). In alle provincies geven de eerste 5 maanden van dit jaar een stijging tegenover de eerste 5 maanden van 2004.

Type gezin
De meeste kinderen onder de 12 jaar leven in een tweeoudergezin: 85,1%. Meestal hebben jonge kinderen ouders die gehuwd zijn (74,1% van de kinderen onder de 12 jaar). De jongste kinderen hebben frequenter ouders die ongehuwd samenwonen.

Zijn kinderen gelukkig in de opvang?

In het onderzoek “De zorg voor jonge kinderen” van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck (2004-2005) zijn een aantal vragen opgenomen over het welbevinden van kinderen bij het gaan naar en het terugkeren uit de opvang. Bij het naar de opvang gaan vinden de meeste ouders dat het kind ontspannen (88,6%) en levendig is of veel energie heeft (90,8%). Agressief gedrag of stil en teruggetrokken zijn (8,0%) wordt zelden vermeld. Afscheid nemen lijkt moeilijker (20,2%). Bij het terugkeren uit de opvang wordt het gedrag van de kinderen zelfs nog positiever beoordeeld.

17 oktober: werelddag van de strijd tegen armoede  (13/10/2005)

17 oktober is door de Verenigde Naties erkend als werelddag van het verzet tegen extreme armoede. Ook in Vlaanderen worden de ganse dag evenementen georganiseerd rond armoede. Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte bezoekt de manifestatie in Brussel (met muziek, soeplunch en animatie) en gaat er meteen in dialoog met mensen die leven in armoede. Op 17 oktober krijgen zíj het woord. Vrouwen, mannen en kinderen getuigen niet alleen over de onrechtvaardigheden, maar ook over hun engagement en daden.

Een greep uit de cijfers

• 15% van de Vlamingen leeft onder de armoedegrens (Op Europees vlak is dit gedefinieerd als wie een lager inkomen heeft dan 60% van het beschikbare mediaaninkomen). Voor een alleenstaande is dit 9270 € per jaar of 772 € per maand. Voor een gezin met twee ouders en twee kinderen is dit 19468 € per jaar of 1622 € per maand.
• In de leeftijdscategorie 65+ loopt dat op tot 23%.
• Toch zijn het niet de gepensioneerden die het hoogste risico lopen, maar wel de werklozen. Daar leeft 32% onder de armoedegrens.

Voor een aanzienlijke groep is de armoede slechts van korte duur. Wanneer personen minstens driemaal in 4 jaar tijd onder armoedegrens vallen, dan is er sprake van blijvende armoede.
• 7% van de Vlamingen bevindt zich in die situatie.
• Vlaanderen staat daarmee op de 5de plaats in de Europese Unie. (15 lidstaten)

Dialoog tussen beleid en mensen die leven in armoede

Minister Vervotte heeft een Vlaams Actieplan Armoedebestrijding opgesteld. Maar voor het werd goedgekeurd, heeft men dit plan voorgelegd aan de mensen die leven in armoede. Voor het eerst konden zij rechtstreeks ‘hun gedacht zeggen’ over beleidsplannen: hun bekommernissen en hun ideeën. Die suggesties en opmerkingen uit de vragenronde worden mee verwerkt in het Vlaamse Actieplan Armoedebestrijding. Enkele voorbeelden uit het actieplan: het verlaagd tarief voor De Lijn, het tegen gaan van uitsluiting in kinderopvangvoorzieningen en de toename van het aantal sociale woningen.

PROGRAMMA

Minister Inge Vervotte is aanwezig op de manifestatie voor het recht op arbeid (Sint-Katelijneplein in Brussel). Ze legt de eerste resultaten van de enquête opnieuw voor aan de mensen die leven in armoede en gaat met hen in dialoog. Als journalist kan u er alle betrokkenen binnen de armoedeproblematiek interviewen: tal van getuigen, maar ook welzijnswerkers en de minister.

12u – Informeel rondetafel-gesprek tussen mensen die leven in armoede, welzijnsorganisaties en minister Inge Vervotte
- Soep voor iedereen, muziek en randanimatie