Strijd tegen AIDS nog steeds brandend actueel  (30/11/2005)

“Het aantal nieuwe HIV-besmettingen bij Vlamingen stagneert, maar daarmee hebben we de strijd niet gewonnen. In 2004 werden 1000 nieuwe AIDS-besmettingen vastgesteld en dat is nog steeds teveel. Uit de recente cijfers blijkt ook dat we gerichte acties moeten blijven voeren binnen twee doelgroepen: mannen die seks hebben met mannen (MSM) en de subsaharaanse gemeenschap.” Dat zegt Vlaams minister van Volksgezondheid Inge Vervotte n.a.v. de Wereld AIDS-dag op 1 december.

De preventie tegen HIV is in Vlaanderen in handen van verschillende partnerorganisaties, die jaarlijks 3 miljoen euro ontvangen. Deze positieve samenwerking wordt binnenkort met vijf jaar verlengd tot 2010.

Wie zijn de partnerorganisaties?

  • Sensoa , expertisecentrum in zake aids en soa, richt zich zowel naar het algemene publiek als naar specifieke doelgroepen.
  • Het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) kent een doelgroep die bijna uitsluitend bestaat uit Subsaharaanse Afrikaanse migranten.
  • De Wetenschappelijke Vereniging voor Vlaamse Huisartsen ontwikkelt, valideert en implementeert onder meer aanbevelingen en werkmodellen voor huisartsen met betrekking tot seksuele gezondheid.
  • Spuitenruil voor intraveneuze druggebruikers, ter preventie van besmettingen zoals hepatitis B en HIV die overdraagbaar zijn via het gemeenschappelijk gebruiken van intraveneuze naalden.

Specifieke doelgroepen
AIDS wint nog steeds terrein binnen twee doelgroepen: mannen die seks hebben met mannen (MSM) en de subsaharaanse gemeenschap. Voor hen is een aparte aanpak vereist, waarrond dit jaar al veel initiatieven zijn geweest:

Acties rond homoseksuelen

• Nieuwe website voor homomannen www.mannenseks.be . De site zal in de lente van 2006 on line gaan en zal alle actuele informatie over HIV en SOA bundelen en tevens gelden als een referentiepunt, voor individuele homomannen, maar ook onder meer voor web-masters van gay sites.
• Posters uit de reeks Facing Facts: korte boodschappen met relevante nieuwe informatie, die aantonen dat de “oude” preventieboodschappen vandaag nog even relevant zijn als 10 jaar geleden
• Bend, een glossy preventiemagazine. In het magazine wordt de gekende safe sex-informatie ingebed in artikels met levensechte getuigenissen over seks en relaties.

Acties rond subsaharaanse immigranten:
Het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) heeft speciale aandacht voor de volgende groepen: subsaharaanse Afrikanen, reizigers en expatriates. Om bij de Afri-kaanse gemeenschap ingang te vinden als preventiewerker of hulpverlener is het noodzakelijk regelmatig overleg te plegen met de leidende figuren. Via de ”community leaders approach” ontstaat de mogelijkheid om deze minderheden te bereiken. De community leaders geven op hun beurt de relevante informatie en vorming door. Deze methode is bekend als ”peer-education’. Daarenboven stimuleert het ITG zijn community leaders om zich te laten testen op aids. Op hun beurt kunnen deze leaders ook hun leden van hun gemeenschappen hiertoe aanmoedigen. Dit gebeurt zowel via een drietalige folder als tijdens de informatie-uitwisseling in de peer-education.

33 tot 45% van homo’s, lesbiennes en biseksuelen heeft tijdens het opgroeien zelfmoordgedachten. 12,4 % van de homojongens onderneemt effectief een zelfmoordpoging. Tegenover 5,9 % bij hetero-jongens is dat meer dan het dubbele. Bij lesbische meisjes ligt dat cijfer zelfs vijf maal zo hoog: 25 % onderneemt een zelfmoordpoging tegenover 5,4 % van de heteromeisjes.

Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte heeft een preventiebeleid rond depressie en zelfdoding dat ook gerichte acties onderneemt naar kwetsbare doelgroepen, zoals holebi’s. Daarom kent ze de Holebifederatie een subsidie van 21.300 euro toe voor het project ‘zelfmoordpreventie bij holebi’s’.

In samenwerking met het Centrum ter Preventie van Zelfmoord ontwikkelt de federatie daarmee een vormingspakket rond depressie en zelfdoding bij holebi’s. Het pakket zal verspreid worden onder de eerstelijns gezondheidswerkers (huisartsen, Centra voor Algemeen Welzijnswerk) en de medewerkers van info- en hulpdiensten voor holebi’s (holebifoonvrijwilligers, roze huizen, onthaalmedewerkers).

Vlaams Actieplan Armoedebestrijding 2005-2009 goedgekeurd  (25/11/2005)

De Vlaamse Regering heeft het Vlaams Actieplan Armoede 2005-2009 goedgekeurd. In dit plan staan alle maatregelen die de regering tot 2009 wil nemen voor de bestrijding van de armoede. Coördinerend Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte heeft de maatregelen van alle ministers samengebracht en verwerkt in het actieplan:

Enkele concrete actiepunten uit het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding:

- optimaliseren van de schuldbemiddelingsdiensten in CAW en OCMW (opleiding voor schuldbemiddelaars, handboek schuldbemiddeling uitwerken, juridische helpdesk uitbouwen)
- extra aandacht voor financieel zwakkeren in de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg
- minimumlevering van elektriciteit en aardgas (evaluatie huidige uitvoeringsbesluiten, plaatsing budgetmeters,…)
- cultuurdeelname voor mensen in armoede bevorderen
- aandacht voor armoede in lokaal sportbeleid (drempels wegwerken, toegankelijkheid clubs verhogen,…)
- nieuw financieringssysteem voor leerplichtonderwijs op basis van leerlingenkenmerken (gelijke kansen voor elke leerling, wanneer een school een groter aandeel leerlingen uit doelgroep heeft, zal er extra financiering worden voorzien)
- onderwijsparticipatie van kleuters verhogen (Kinderen uit een financieel zwakker gezin gaan vaak pas op latere leeftijd naar school. Vroegtijdige participatie maakt de kans op achterstand kleiner.
- tewerkstelling van ervaringsdeskundigen (beroepsprofiel opstellen waardoor ED een goede verloning kunnen bekomen, zoeken naar structurele en zinvolle tewerkstelling)
- uitbreiding van het aantal sociale woningen

Er is gekozen voor een nieuwe aanpak bij het opstellen van het plan.

- Alle actoren zijn betrokken bij het opstellen van het plan: niet alleen de Vlaamse Regering (kabinetten en hun administraties), maar ook de verenigingen en de mensen die in armoede leven zelf. Via de verenigingen waar armen het woord nemen zijn alle maatregelen besproken en konden de mensen in armoede hun grootste bekommernissen aangeven. Deze werden ook mee opgenomen in het plan.

- Het plan wordt elk jaar geactualiseerd (opmeten stand van zaken, evolutie van armoede in Vlaanderen, nieuwe maatregelen…) Bij de jaarlijkse actualisatie zullen we steeds naar hun opmerkingen teruggrijpen. We zullen herbekijken of we de juiste accenten hebben gelegd en deze eventueel aanpassen aan de hand van de inbreng van de armen zelf. De consultatieronde zal ook herhaald worden om zo een echte dialoog op gang te krijgen en na te gaan of maatregelen de doelgroep ook bereiken.

Het volledige actieplan (92 blz.) kan op eenvoudig verzoek opgestuurd worden.

Nieuw kwaliteitsdecreet van toepassing op Geestelijke Gezondheidszorg  (18/11/2005)

Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte wil de kwaliteit van de zorg in de psychiatrische ziekenhuizen en de centra voor geestelijke gezondheidszorg verbeteren. De Vlaamse Regering heeft een besluit goedgekeurd, waardoor het kwaliteitsdecreet van oktober 2003 ook van toepassing wordt op de geestelijke gezondheidzorg. De psychiatrische ziekenhuizen en de centra voor geestelijke gezondheidszorg worden zo geresponsabiliseerd om de kwaliteit van zorg te bewaken en te optimaliseren.

Zelfevaluatie & verbeteracties
Werken aan kwaliteit is in ieders belang. De kwaliteit van de zorgverlening voor de gebruiker staat uiteraard centraal, maar ook het welzijn van het personeel en de financiële gezondheid van de voorziening mogen niet uit het oog worden verloren.

De minister wil niet betuttelend optreden en vindt het belangrijk dat elke voorziening (elk psychiatrisch ziekenhuis of centrum voor geestelijke gezondheidszorg) de vrijheid heeft om haar eigen kwaliteitsbeleid te voeren. De nadruk ligt daarbij op de zelfevaluatie, waarbij de voorziening haar eigen sterktes en zwaktes op volgende vlakken in kaart brengt:
- kwaliteit van zorgverlening
- algemene organisatie
- tevredenheid van patiënten/cliënten
- tevredenheid van personeel.

Om de sterktes en zwaktes te kennen, is het noodzakelijk dat de voorziening systematisch gegevens verzamelt en registreert. Vervolgens moet de voorziening waar nodig verbeteracties opzetten, in functie van de zelf gestelde prioriteiten op de vier domeinen van de zelfevaluatie. Ook om die verbeteracties op te volgen is gegevensverzameling en –registratie nodig.

Uniforme meetinstrumenten om kwaliteit te bepalen
Om te vermijden dat de voorzieningen zelf op zoek zouden moeten gaan naar meetinstrumenten, besloot de overheid een set van wetenschappelijk verantwoorde indicatoren ter beschikking te stellen. Voor de psychiatrische ziekenhuizen ontwikkelde een expertenwerkgroep (met vertegenwoordigers uit de ziekenhuizen) indicatoren rond thema’s als wachttijden, informatieverstrekking aan patiënt en familie, continuïteit van zorg na ontslag en patiëntentevredenheid. Voor de centra voor geestelijke gezondheidszorg werden onder meer indicatoren uitgewerkt rond het gespecialiseerde karakter van een centrum, de bijzondere aandacht voor kinderen, ouderen, sociaal en financieel zwakkeren en de wachttijd.

Evaluatierapport
Bij de vijfjaarlijkse doorlichting van de voorziening door de overheid wordt de zelfevaluatie kritisch bekeken en met de voorziening besproken, waarna de administratie een evaluatierapport opmaakt. De voorziening moet dit evaluatierapport actief bekend maken aan de inrichtende macht, het personeel, en aan de gebruikers (in de ruimste zin, dus ook aan de verwijzers.)

Vervotte voert snelprocedure in voor Persoonlijk Assistentie Budget  (17/11/2005)

Personen met een snel degeneratieve aandoening hebben vaak beperkte levenskansen. Gezien de evolutie van hun ziekte hebben ze dan ook sneller bijstand nodig. Minister Vervotte voert voor hen daarom een snelprocedure in voor het PAB-budget (dit is een budget waarmee personen met een handicap zelf hun assistentie in het dagelijkse leven organiseren en financieren.) Dankzij deze nieuwe snelprocedure zullen ze – als hun aanvraag volledig is – binnen de 3 maanden een PAB toegekend krijgen.

Onder snel degeneratieve aandoeningen verstaan we alle aandoeningen die in de ruime zin behoren tot de ziekte A.L.S. Personen met een snel degeneratieve aandoening worden binnen de 1 à 2 jaar nadat ze de ziekte krijgen volledig invalide. 1 op de 50.000 Belgen wordt er door getroffen. De ziekte evolueert zo snel dat men gemiddeld nog 2 tot 4 jaar nood heeft aan ondersteuning. Door de aard en de evolutie van hun handicap, is het duidelijk dat zeer snel en veel ondersteuning nodig hebben. Daarom voert minister Vervotte een snelprocedure in.

Personen die een gemotiveerde PAB-aanvraag indienen en een medisch attest voorleggen waaruit blijkt dat ze over een periode van één jaar of minder zich niet meer zelfstandig zullen kunnen verplaatsen, zich wassen en aankleden, eten en naar de toilet gaan, hebben recht op het maximum PAB-budget (39.000 euro per jaar). Op kruissnelheid wil minister Vervotte tot 50 van dergelijke PAB-budgetten per jaar toekennen.

In 2006 wordt er op jaarbasis 5,625 miljoen euro extra voorzien voor Persoonlijke Assistentiebudgetten (PAB). Zo’n 230 mensen extra zullen hierdoor in 2006 een PAB krijgen. Personen met een handicap kunnen via het PAB mits assistentie in de eigen thuissituatie blijven wonen en zo meer zelfstandig in de samenleving functioneren.

Minder klachten over rusthuizen en serviceflats  (07/11/2005)

De Rusthuis – Infofoon heeft haar jaarverslag gepubliceerd. De Rusthuis – Infofoon, die sinds september 1994 actief is, is een bereikbaar en laagdrempelig meldingspunt voor rusthuisbewoners, familie, directie en personeel. Ze kunnen er terecht met hun signalen, vragen, suggesties en klachten.

Het merendeel van de oproepen (42%) komt van familieleden van rusthuis- en serviceflatbewoners. Bellers hebben vooral vragen over adressen van voorzieningen, wetgeving en praktische vragen (in totaal de helft van de oproepen)

Evolutie van het aantal oproepen

2003 2004 Daling
Totaal aantal oproepen 1134 916 - 19 %
Aantal klachtenoproepen 148 141 - 4,7 %

Zowel het aantal oproepen als het aantal klachten daalt. De meest voorkomende klachten in rusthuizen gaan over de maaltijden, de personeelsomkadering, hygiëne en onderhoud. Na onderzoek door de dienst Inspectie & Toezicht bleek 43% van de klachten gegrond.

Belangrijk voor de klantentevredenheid is uiteraard wát er met de gegronde klachten gebeurd:
35% werd opgelost
14% werd gedeeltelijk opgelost
(wanneer aanzet tot remediëring is gegeven, bvb reorganisatie van de keuken)
29% vereist nog opvolging
20% is nog niet opgelost

Het volledige verslag van de Rusthuis – Infofoon is te vinden op: http://www.wvc.vlaanderen.be/rusthuisinfofoon/publicatie/index.htm

De Rusthuis-Infofoon is te bereiken via:
Telefoon: 078-15 25 25 of fax 02-553 34 35
Post: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Inspectie en Toezicht Welzijn
Rusthuis-Infofoon, Markiesstraat 1 , 1000 Brussel
e-mail: rusthuisinfofoon@vlaanderen.be