Globaal Plan Bijzondere Jeugdzorg voorgesteld (03/02/2006)
Globaal Plan Bijzondere Jeugdzorg voorgesteld
Vandaag heeft Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte haar Globaal Plan voor de Bijzondere Jeugdzorg voorgesteld. Met dit Globaal Plan, gebudgetteerd op 25 miljoen euro, zou het aanbod in de Bijzondere Jeugdbijstand met 14% groeien. De Vlaamse Overheid kan er de volgende uitbreidingen mee realiseren:
640 extra begeleidingsplaatsen voor preventieve ondersteuning
(2,7 miljoen euro)
372 extra plaatsen in de crisishulpverlening (zowel opvang als begeleiding)
(5,6 miljoen euro)
456 extra plaatsen voor opvang en begeleiding van minderjarigen
in problematische opvoedingssituaties en van delictplegers (13,9 miljoen euro) , waaronder:
20 extra plaatsen in de gemeenschapsinstellingen
65 plaatsen voor ‘first offenders’ en veelplegers.
Verdubbeling van de capaciteit van de projecten ‘herstelgerichte afhandeling’
(raming: 2000 dossiers) (2 miljoen euro)
14 opvoedingswinkels in de centrumsteden met herschikking van interne middelen
Dit Globaal Plan wil een waaier aan antwoorden bieden op de problemen waar de jeugdzorg in Vlaanderen mee geconfronteerd wordt:
- tekort aan plaatsen
- stijgende groei van de vraag
- groeiende kloof tussen wenselijke en gerealiseerde hulp
- te grote versnippering in het preventiebeleid
- tekort aan aandacht voor preventie
- gebrek aan coördinatie en samenwerking
- de sector heeft nog teveel een ‘vergaarfunctie’
- ouders kampen met opvoedingsproblemen en geven de opvoeding vaker uit handen
Daarom formuleert het Globaal Plan zes beleidskeuzes:
1. Meer inhoudelijk aansturen van het huidig en toekomstig hulpaanbod
(waarvoor we 9 werkprincipes vooropstellen)
Bijvoorbeeld:
- gescheiden trajecten voor jongeren met een problematische opvoedingssituatie (POS) en jongeren die als misdrijf omschreven feiten hebben gepleegd (MOF)
- we versterken de regie van het traject. We streven ernaar dat het aantal hulpverleners per gezin of per jongere minimaal blijft
- we voeren wetenschappelijk onderbouwde risicoscreenings uit naar veiligheid
2. Het aanbod moet flexibeler ingezet worden. Hierdoor kan men gemakkelijker wisselen tussen ambulante en residentiële hulp.
Bijvoorbeeld:
- 5 pilootprojecten multifunctionele centra (MFC). Zij hebben meerdere werkvormen in huis en kunnen daardoor de juiste hulp bieden. Lichtere vormen waar het kan, intensievere waar nodig. Die vormen kunnen variëren in tijd. De centra werken met een enveloppefinanciering, waardoor ze zelf verantwoordelijkheid krijgen.
- Er komt een proefproject ‘avondcentrum’, waar jongeren op moeilijke uren (vb. uren waarop ze anders zouden rondhangen op straat) begeleid worden. Ze gaan wel nog naar school en blijven thuis slapen.
3. Meer verschillende werkvormen en uitbreiding van het aanbod en hulpverlening
in problematische opvoedingssituaties
- We zetten zwaar in op het voortraject (de preventie).
- De krachten worden gebundeld en de versnippering van initiatieven wordt tegengegaan. Dit doen we via het realiseren van opvoedingsnetwerken via een gelaagd model.
- In elke centrumstad komt er een opvoedingswinkel.
- Bij de opvoedingsondersteuning wordt specifiek aandacht besteed aan allochtone gezinnen en gezinnen die in armoede leven.
- We bouwen crisishulp aan huis uit over heel Vlaanderen. Crisishulp biedt binnen de 24u hulp met een kortdurende, intensieve en totale begeleiding (max. 1 maand). Hierdoor kan vaak een plaatsing buiten huis vermeden worden.
- We versterken ook het aanbod van de thuisbegeleidingen met specifieke modules die verschillen in intensiteit en doelgroep.
- We creëren 456 extra plaatsen, ook voor niet begeleide minderjarigen.
- We versterken de pleegzorg.
4. We zorgen voor een gepaste opvang en begeleiding van minderjarigen die delicten plegen
- Constructieve en herstelgerichte afhandeling zijn belangrijk en leveren resultaat op. Slachtoffer en dader gaan samen aan de slag, zodat het slachtoffer de schade herstelt aan het slachtoffer en aan de maatschappij. We breiden het aanbod aanzienlijk uit met extra plaats voor 2000 dossiers.
- Ook het herstelgericht groepsbeleid wordt uitgebreid. Deze werkvorm leert de jongere zelf zijn verantwoordelijkheid op te nemen voor het gedrag dat hij/zij stelde.
- We starten met het YAR-programma in Vlaanderen (Youth At Risk): een intensief programma van 9 maanden waar jongeren verantwoordelijkheid, zelfexpressie en omgaan met de eigen omgeving ingehamerd krijgen.
- Er komt een pilootproject binnen het private aanbod met 2 maal 40 plaatsen, voor een gepaste begeleiding en behandeling van delictplegers.
5. We moeten meer inzicht krijgen op de instroom, doorstroom en uitstroom van jongeren
- Met respect voor de scheiding der machten en de respectievelijke bevoegdheden, zullen we aansturen op een structureel overleg tussen de verwijzers naar de Bijzondere Jeugbijstand (jeugdrechters, parketmagistraten) en de inrichters van het hulpaanbod.
- Vandaag steken de consulenten teveel tijd in het ‘rondbellen naar een beschikbare plaats’, waardoor ze minder met de cliënten zelf kunnen bezig zijn. We bouwen een informatica-systeem uit dat beschikbaarheid van plaatsen in kaart brengt, zodat een efficiënte regie ervan mogelijk wordt.
6. We investeren in wetenschappelijk onderzoek, waardoor we meer garanties hebben dat onze hulpverlening werkt
Er ontstaat bij de verschillende initiatieven heel wat expertise die veel breder zou kunnen ingezet worden in Vlaanderen. We onderbouwen daarom die methodieken die op wetenschappelijke manier werken zodat ze breed toegepast kunnen worden in Vlaanderen.
We reiken jaarlijks een Award uit van 10.000 euro om de initiatiefnemers te stimuleren om te blijven zoeken naar innovatieve methodieken die werken.
Dit plan is meer dan een louter uitbreiding van het aanbod. Om de huidige problemen op te lossen, moet op meerdere sporen tegelijk ingegrepen worden.We moeten niet enkel investeren in dure en zware vormen van opvang en begeleiding, maar zeker op het voortraject: preventie, risicoscreening, vroegtijdige detectie aan huis,… “ Zo hopen we bij te dragen aan het ontwikkelen van een gezonde samenleving zodat de huidige en toekomstige generatie minder moet doorstromen of afhankelijk is van OCMW, psychiatrische hulp, drugs- en hulpverlening, instellingen en gevangenissen. Wij willen niet alleen investeren in plaatsen, maar vooral in mensen en dan nog het liefst in onze meest kwetsbare kinderen en gezinnen,” concludeert minister Vervotte.
LINK NAAR INTEGRAAL GLOBAAL PLAN
