Vervotte en Van Brempt stellen actieplan flexibele en occasionele kinderopvang voor  (31/03/2006)

Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte en Vlaams minister van Sociale Economie Kathleen Van Brempt hebben hun actieplan flexibele en occasionele kinderopvang voorgesteld. Met dit plan kunnen meer dan 49.000 kinderen per jaar flexibel en/of occasioneel worden opgevangen, in totaal 7,44 miljoen uur. Het plan kost 18,5 miljoen euro in 2007.

Als belangrijkste vertrekpunt geldt dat de draagkracht en de ontwikkeling van het kind centraal moeten staan. Daarom moet de extra opvang worden uitgebouwd binnen de bestaande collectieve voorzieningen waar het kan en erbuiten (opvang aan huis) waar het moet. Met dit actieplan zullen er 750 voltijdse jobs in de kinderopvang bijkomen.

Minister Vervotte en minister Van Brempt:
We zijn blij dat dit plan een totaalaanpak biedt. Alle pijlers van de kinderopvang komen aan bod. De kinderopvang wordt flexibeler: binnen de collectieve voorzieningen waar het kan en erbuiten waar het moet. Omdat voor de dienstencheques met een gesloten enveloppe wordt gewerkt, is ook dit luik realistisch en uitvoerbaar.”

Vandaag voorzien er al heel wat kinderopvanginitiatieven in flexibele en occasionele opvang, maar er is nog extra vraag. Dit plan is een samenspel van diverse maatregelen:

§ Versterking van de bestaande sectoren. Door zo maximaal mogelijk aan te sluiten bij de bestaande initiatieven wordt de huidige expertise optimaal benut. We breiden de flexibele en occasionele opvang uit in kinderdagverblijven, bij onthaalouders, in buitenschoolse kinderopvang. We breiden ook de buurt- en nabijheidsdiensten uit, die zich toeleggen op kortdurende, acute opvang.

§ Inzet van een pool van vaste en flexibele medewerkers, om de bestaande sectoren te versterken. Kortgeschoolde langdurig werkzoekenden uit de regio worden ingezet om de aanvullende vragen naar flexibele en occasionele opvang in te vullen.

§ Gebruik van dienstencheques via de gemandateerde voorziening.

Werkende eenoudergezinnen met kinderen tussen 0 en 3 jaar zullen opvang aan huis kunnen krijgen. Het aanbod via de dienstencheques wordt volledig geïntegreerd in het totale aanbod van de flexibele en occasionele kinderopvang en is aan dezelfde regels van kwaliteit onderworpen. Hierbij wordt ook rekening gehouden met een inkomenscorrectie.

Belangrijkste voordelen:

Toegankelijkheid

Kinderopvang is een dienstverlening die toegankelijk moet zijn voor alle gezinnen, ook die met lage inkomens. De kostprijs zal ook afhankelijk zijn van hun inkomen, zodat het systeem voor iedereen toegankelijk is.

Kwaliteitsgarantie

Elk kind, waar het ook wordt opgevangen, moet garanties hebben op een kwaliteitsvolle opvang. De inzet van de pools en de dienstencheque hangen vast aan de bestaande kinderopvanginitiatieven. Hierdoor blijft de kwaliteit van de kinderopvang gegarandeerd.

Extra jobs

De uitbreiding in de kinderopvang komt er door extra vast personeel in dienst te nemen en door te werken met personeel dat flexibel kan inspringen via een nieuw poolsysteem én via de dienstencheques. De pools zullen langdurig werkzoekenden in dienst hebben, met prioriteit voor 50-plussers. In totaal komen er 750 jobs bij in de kinderopvang.

7,5 miljoen euro extra voor wegwerken wachtlijsten gehandicaptensector  ()

De Vlaamse Regering heeft de dotatie van 2006 aan het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap verhoogd met 7,5 miljoen euro. Met deze bijkomende uitbreiding zorgt Vlaams minister Vervotte er voor dat er opnieuw een belangrijke stap wordt gezet in het wegwerken van de wachtlijsten voor personen met een handicap.

Minister Vervotte zet haar inspanningen voor 2006 voort met betrekking tot de uitbreiding van het zorgaanbod voor personen met een handicap. Met de bijkomende middelen, samen met een supplementair budget van 15 miljoen euro voor 2007, verwacht minister Vervotte méér dan 1100 extra plaatsen, begeleidingen én budgetten voor persoonlijke assistentie te creëren voor de periode september 2006 – september 2007.

De overlegorganen binnen elke provincie zullen nu hun planning opmaken en indienen bij het Vlaams Fonds. De planning is gebaseerd op basis van de structurele tekorten en de krachtlijnen voor de nieuwe beleidsinitiatieven. De personen met een handicap met de meest dringende behoeften komen hierbij prioritair in aanmerking voor zorg.

236 nieuwe jobs in de gezinszorg  (17/03/2006)

Minister van Welzijn Inge Vervotte breidt het aantal uren gezinszorg in 2006 uit tot 14,8 miljoen uren. Dit zijn 360.761 extra uren (of 2,5%) ten opzichte van 2005, een investering van 8,2 miljoen euro. Daardoor kunnen de diensten gezinszorg 236 nieuwe jobs creëren. Sinds vorig jaar volgt het aantal uren gezinszorg opnieuw de demografische evolutie van de behoeften.

Gezinszorg: hulp en dienstverlening voor 67.000 Vlamingen

Gezinszorg is een hulp- en dienstverleningsaanbod. Naast persoonsverzorging, huishoudelijke hulp en schoonmaakhulp, krijgen personen die een beroep doen op gezinszorg ook een algemene psychosociale en pedagogische ondersteuning. Jonge gezinnen kunnen daarenboven een beroep doen op kraamzorg. Ook bijzondere doelgroepen, zoals personen met een handicap, mensen met een psychische aandoening, demente personen,… kunnen bij de dienst terecht. In 2004 maakten 67.100 alleenstaanden en gezinnen er gebruik van. In Vlaanderen werken er momenteel ongeveer 13.000 verzorgenden in de thuiszorg. De Vlaamse Regering besteedde vorig jaar 315 miljoen euro aan het aantal uren gezinszorg.

Minister Vervotte: “Gezinszorg kan een belangrijke ondersteuning bieden in het kader van thuiszorg. De verzorgende zorgt ervoor dat personen die zelf niet meer in staat zijn om op eigen kracht dagelijkse activiteiten te verrichten, zoals zich wassen, eten, zich kleden, zich verplaatsen en het huishouden beredderen, toch thuis kunnen blijven wonen. Daarnaast vormt de gezinszorg een belangrijke ondersteuning van de mantelzorg.”

Actuele en toekomstige nood aan gezinszorg

Eind jaren ’90 werden de behoeften aan gezinszorg geanalyseerd. Een jaarlijkse geleidelijke uitbreiding van de gezinszorg bleek noodzakelijk met het oog op de verwachte demografische explosie. Er wordt gekeken naar de ouder wordende bevolking en op basis van het aantal ouderen in de verschillende leeftijdscategorieën, wordt het totaal aantal uren van de zorgverlening uitgebreid. Sinds 2001 was de uitbreiding echter telkens kleiner dan wat demografisch nodig was.

Uitbreiding in 2005

In 2005 heeft Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte een uitbreiding van 2,33% gerealiseerd (328.290 extra uren). Deze uitbreiding was gebaseerd op de reële demografische toename in 2005. Hiervoor werd 7,46 miljoen euro vrijgemaakt.

Uitbreiding in 2006

Minister Vervotte laat het aantal uren in 2006 toenemen met 2,5 % (een investering van 8,2 miljoen euro in 2006) Hiermee worden 360.761 extra uren gerealiseerd, wat het totaal aantal op 14.791.207 uren brengt. Deze extra uren zorgen voor 236 nieuwe jobs in de gezinszorg. De verdeling van de bijkomende uren zal in overleg met de sector gebeuren, waarbij de minister erover waakt dat de provincies met de hoogste noden voorrang krijgen.

Gemeentebesturen ontvangen participatiekoffer  (13/03/2006)

Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte stuurt een participatiekoffer naar 306 lokale besturen. De participatiekoffer is een hulpmiddel om iedereen, ook de groepen met minder behartigde belangen, te laten participeren aan de opmaak van het lokaal sociaal beleidsplan. In dit plan verklaren de lokale besturen wat zij de volgende 6 jaar in hun sociaal beleid willen bereiken en welke concrete acties ze hiervoor zullen nemen. Voor Vlaams minister van Welzijn Vervotte is volwaardige participatie essentieel: “De participatie van mensen (verenigingen, middenveld, maar ook mensen met minder behartigde belangen) op het lokale, gemeentelijke niveau is eens zo belangrijk als noodzakelijk. Participatie creëert niet allen betrokkenheid en maakt een beleid meer gedragen, maar het zorgt er ook voor dat de uiteindelijke maatregelen niet aan hun doel voorbijgaan. We moeten er voor zorgen dat de mensen volwaardig kunnen deelnemen en hun ervaringsdeskundigheid kunnen inbrengen.”

(De omschrijving “mensen met minder behartigde belangen refereert naar een zeer diverse groep van mensen die er om verschillende redenen niet in slagen hun grondrechten te verzilveren. Het gaat onder meer om kansarme autochtone en allochtone gezinnen, mensen in armoede, laaggeschoolde langdurig werklozen, vereenzaamden, kamerbewoners, sociale huurders, mensen zonder papieren, thuislozen, ex-delinquente jongeren, ex-psychiatrische patiënten, langdurig zieken, gehandicapten en minder mobiele personen, één-oudergezinnen, alleenstaande ouderen enzovoort.)

Wat is het Lokaal Sociaal Beleidsplan?

Met het project Lokaal Sociaal Beleid wil de Vlaamse regering:
• meer afstemming bekomen tussen alle vormen van dienstverlening
• de lokale besturen een sterkere coördinerende rol geven
• de burger vlotter de weg laten vinden in een toegankelijke, klantvriendelijke en sociale dienstverlening
• organisaties, doelgroepen en burgers meer kans tot participatie geven bij de ontwikkeling van het Lokaal Sociaal Beleid.

Binnen het lokaal sociaal beleid neemt het opmaken van een lokaal sociaal beleidsplan een belangrijke plaats in. Dat plan wordt best door zoveel mogelijk burgers gedragen. Minister Vervotte stuurde daarom eerder al een omzendbrief naar de lokale besturen, waarin ze het belang van participatie benadrukt. Ook moeilijk bereikbare groepen worden best betrokken bij de opmaak van het beleidsplan.

Minister Vervotte gaf daarom aan Samenlevingsopbouw Vlaanderen (VIBOSO) en het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen de opdracht om participatie-instrumenten en -processen uit te stippelen die in alle Vlaamse steden en gemeenten toepasbaar zijn. Zo kwam de “participatiekoffer” tot stand.

Wat zit er in de participatiekoffer?

- Participatieplan leidraad:
Deze leidraad helpt lokale besturen om de participatieplannen voor gebruikers, en meer bepaald voor groepen met minder behartigde belangen, uit te schrijven en te plannen.

- Participatiehefboom:
De participatiehefboom legt lokale besturen stap voor stap participatie-methoden en – technieken uit, aangevuld met praktijkvoorbeelden en concrete tips.
De participatiehefboom bestaat uit twee delen:
- Het eerste deel Methodes geeft stapsgewijs inzicht in het opzetten van 10 beklijvende participatieprocessen.
- Het deel Handvatten neemt lokale besturen bij de hand bij het opzetten, uitvoeren en tot een goed einde brengen van een twintigtal concrete participatie-activiteiten. (vb. dialoogcafé)

- Participatie-wijzer:
Hiermee kunnen de lokale besturen groepen mensen met minder behartigde belangen informeren over het lokaal sociaal beleid. Er wordt dieper ingegaan op de rol die deze groepen via participatie kunnen hebben in het lokaal sociaal beleid.

De essentie van participatie

Minister Vervotte: “Kiezen voor participatie is kiezen voor een constructieve dialoog waaraan mensen actief kunnen deelnemen. Door rekening te houden met hun positieve en negatieve ervaringen, kunnen we meer gedragen beslissingen nemen die het belang van de mensen rechtstreeks kunnen dienen. Een lokaal sociaal beleid werpt haar vruchten af als mensen er van nabij betrokken worden en als ze zich bijgevolg ook écht betrokken voelen. (In verenigingen waar armen het woord nemen, maar ook in tal van middenveldorganisaties, staat participatie centraal…..)”

Forum voor nabestaanden zelfdoding  (10/03/2006)

Elke dag sterven in ons land 7 mensen door zelfdoding. Daarmee is het de belangrijkste doodsoorzaak bij mannen tussen 25 en 44 jaar en de tweede doodsoorzaak bij vrouwen. Bij jongeren tussen 14 en 24 jaar is zelfdoding de tweede oorzaak. Vlaams minister van Welzijn Vervotte streeft ernaar om zelfdoding bespreekbaar te maken. Nabestaanden de kans geven te praten over de zelfdoding van een familielid of vriend, helpt bij het verwerkingsproces. De Werkgroep Verder behartigt de belangen van nabestaanden na zelfdoding in Vlaanderen door het coördineren, organiseren en ondersteunen van activiteiten voor / door nabestaanden. Minister Vervotte onersteunt de Werkgroep Verder daarvoor dit jaar met een subsidie van 53.600 euro.

Vanaf maandag start een radiocampagne op Radio1, Radio 2, Donna, StuBru en Klara, waarin het nieuwe forum over zelfdoding wordt ondersteund. (www.zelfdoding.be)

Het is een laagdrempelige en anonieme ontmoetingsplaats voor wie een dierbare heeft verloren door zelfdoding. Dit kan gaan om iemand uit de directe persoonlijke (partner, kind, ouder, vriend, familie, werkmakker, buur, klasgenoot,…) of professionele omgeving (politie, therapeuten, huisarts, scholen,..). Mensen kunnen er ervaringen, vragen en problemen met elkaar uitwisselen en met lotgenoten in contact komen.

Al van bij de start van het forum stromen de reacties in snel tempo binnen:

“ Een forum is voor mij een nieuw middel, ik zet de eerste stapjes… Jouw verhaal is voor mij zó herkenbaar dat het mij zeer ontroert… Ook ik ben mijn partner verloren na een leven met chronische (rug)pijn en psychisch lijden. Ook wij praatten over zelfdoding.”