Voorstelling Gezondheidsindicatoren 2004  (25/10/2006)

Vlaams minister van Volksgezondheid Inge Vervotte heeft vandaag de Gezondheidsindicatoren 2004 voorgesteld. De gezondheidsindicatoren geven trends aan op het vlak van onder meer geboortes, doodsoorzaken en levensverwachting. De indicatoren brengen enkele opmerkelijke vaststellingen aan het licht. Het aantal geboortes in Vlaanderen steeg terug, maar vooral bij niet-Belgische vrouwen. Anderzijds blijft de levensverwachting ook van vrouwen stijgen, waar eerder een stagnering verwacht werd.

Vaststelling 1: In 2004 worden we weer wat ouder
In 2002 en 2003 leek de stijging van de levensverwachting voor vrouwen gestabiliseerd. Maar met de cijfers van 2004 gaat de levensverwachting ook voor vrouwen opnieuw in stijgende lijn. Vrouwen van 65 verwachtten nog 20,6 jaar te leven, mannen nog 16,9 jaar. In 2004 was er ook een lagere sterfte (in 2004 stierven 55.792 inwoners van het Vlaamse Gewest, dit zijn er 2.731 minder dan in 2003.)

-> Borstkankerscreening loont

Borstkanker is de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen tussen 35 en 69 jaar. In 2001 ging daarom het Vlaamse bevolkingsonderzoek van start. In de periode 2003-2004 werden bijna een kwart miljoen vrouwen gescreend binnen het programma. Die inspanning toont zich nu al in de cijfers: Het aantal overlijdens door borstkanker daalt (aantal overlijdens gestandaardiseerd naar leeftijd). Meer vrouwen bereiken met de screenings is dan ook een prioriteit.

- per duizend gescreende vrouwen wordt één borstkanker ontdekt.
- Als alle 680.000 vrouwen gescreend zouden zijn, dan zou het aantal overlijdens door borstkanker kunnen dalen met 40%.

Het is onaanvaardbaar dat vrouwen sterven aan een ziekte, die met systematische screening vermeden kan worden. Minister Vervotte vult de huidige aanpak van borstkankerscreening daarom nog aan:

- Er komt een regelmatig wederkerend onderzoek naar de redenen waarom vrouwen zich niet laten screenen. Hebben vrouwen slechte ervaringen met screenings, een verkeerde voorstelling, of zijn ze onvoldoende geïnformeerd? Op die manier kunnen we gepaster ingrijpen op de factoren die de motivatie beïnvloeden.

- Vanaf 2007 kunnen digitale mammografietoestellen in gebruik genomen worden. Die zijn niet alleen accurater, maar de patiënt kent ook sneller het resultaat. De resultaten kunnen elektronisch van de eerste radioloog naar de tweede gestuurd worden ter controle (met de klassieke methode gaat dat nog per post). Vlaanderen is Europees koploper inzake regelgeving voor deze toestellen

- Daarnaast worden de vrouwenorganisaties actiever betrokken, gemeentes ondersteund om vrouwen te sensibiliseren, de medische software van de artsen verbeterd en krijgen ze een betere feedback over hun screeningsactiviteiten.

Vaststelling 2: hoogste aantal geboortes sinds 1998
In 2004 werden 63.017 kinderen geboren tegenover 60.703 in 2003. Dit betekent een stijging met bijna 4%. We kunnen nog niet spreken van een blijvend stijgende trend, maar de neergaande trend lijkt wel stopgezet. De toename van het aantal geboortes danken we vooral aan de niet-Belgische vrouwen.

- Het aantal geboorten binnen het (wettelijk) huwelijk neemt af. Het aantal geboorten bij alleenstaanden en samenwonenden neemt toe. In 1998 had nog 83% van de kinderen een gehuwde moeder, in 2004 was dat nog maar 66 %.
- Belgische vrouwen (incl. genaturaliseerde vrouwen) kregen in 2004 in vergelijking met 1998 gemiddeld iets minder kinderen en niet-Belgische vrouwen kregen gemiddeld meer kinderen.
- Vrouwen boven de 30 jaar kregen in 2004 meer kinderen, vrouwen jonger dan 30 minder. De gemiddelde leeftijd van de moeders is 29 jaar. Hier geldt ook dat hoe hoger het diploma van de moeder, hoe later ze een kind krijgt.

-> Gerichte preventie naar risicogezinnen

Het aantal kindersterftes voor de leeftijd van 1 jaar daalt (min 2 per tienduizend geboortes), maar sommige gezinnen hebben een hoger risico: o.a. gezinnen waar de moeder geen beroep heeft (2x meer risico) of waar het beroep van de vader onbekend is (3 tot 4x meer risico).

Minister Vervotte vindt echter dat de arbeidssituatie niet mag meespelen bij het al dan niet verkrijgen van belangrijke gezondheidsinformatie. Daarom wil ze via specifieke ondersteuningsprogramma’s deze doelgroep nog gerichter bereiken:

23 ervaringsdeskundigen inzetten in de risicogezinnen.
Ervaringsdeskundigen bieden risicogezinnen thuis ondersteuning. Omdat de ervaringsdeskundigen de problematiek zelf hebben ervaren, kunnen ze ook open en efficiënter communiceren met het gezin. Er komen vragen met betrekking tot de interactie met het jonge kind aan de orde (voeding, grenzen stellen, stimuleren, verzorging, zindelijkheid, straffen en belonen, omgaan met probleemgedrag bij het kind).

De ondersteuning is afgestemd op de vraag van het gezin, maar de verantwoordelijkheid ligt bij het gezin. Ouders krijgen praktische en verstaanbare adviezen en informatie en zoeken samen met de ervaringsdeskundige naar de gepaste en haalbare dagelijkse toepassing.

‘Kind in Beeld’: gezondheidscommunicatie met beelden i.p.v. woorden
De gezondheidsinformatie voor jonge ouders kan niet altijd op de klassieke manier gebracht worden. In sommige gezinnen verloopt de communicatie moeizamer. Voor anderstaligen, licht mentaal gehandicapten en (functioneel) analfabeten is een meer grafische aanpak aangewezen.

Daarom ontwikkelde Kind en Gezin ‘Kind in beeld’, een map waarbij via foto’s en tekeningen belangrijke gezondheidsinformatie in beeld wordt gebracht: de verzorging van de baby, flesvoeding, borstvoeding, vaste voeding, zindelijkheid, veiligheid in en om de woning en veilig slapen.

Overige vaststellingen

Belangrijkste doodsoorzaken blijven dezelfde

De belangrijkste doodsoorzaken blijven hart- en vaatziekten, longkanker en borstkanker en suïcide.

Het aantal overlijdens bij kinderen jonger dan 1 jaar daalt lichtjes. Hier gaat het vooral om sterfte door aangeboren afwijkingen. Op jonge leeftijd zijn de uitwendige doodsoorzaken de belangrijkste. Hier gaat het over ongevallen en over suïcide. Op middelbare leeftijd is de belangrijkste doodsoorzaak kanker (bij vrouwen borstkanker, bij mannen longkanker) en op latere leeftijd zijn dit hartinfarcten (ischemische hartziekten) en cerebrovasculaire aandoeningen (CVA).

Preventie kan levens redden

Een deel van deze doodsoorzaken is ook terug te vinden in de lijst van vermijdbare doodsoorzaken. Bijna de helft van de overlijdens voor de leeftijd van 75 jaar zou theoretisch op één of andere manier te vermijden zijn.

Eén van de belangrijkste onderliggende oorzaken is nog steeds tabaksgebruik (longkanker en een deel van de ischemische hartziekten), zowel bij mannen als bij vrouwen.

Als we het hebben over sterfte die voorkomen kan worden door medische interventie, is bij mannen 18% van de sterfgevallen tussen 0 en 74 jaar op deze manier vermijdbaar, bij vrouwen is dit aandeel groter, nl. 1 op 3 overlijdens (34%).

Meer informatie (+ grafieken en tabellen): www.zorg-en-gezondheid.be/cijfers.aspx

Uniforme aanpak van valpreventie bij ouderen  (20/10/2006)

3 op de 10 65-plussers die thuiswoont, valt minstens 1 keer per jaar. Bij 80-plussers is dat zelfs de helft. Een valincident wordt vaak ook niet gemeld, omdat de oudere vreest om niet langer thuis te kunnen blijven. Een val heeft een grote impact heeft op de levenskwaliteit van de oudere. Daarom moedigen we ouderen niet alleen aan om actief te blijven, maar ook valpreventie breder toepassen bij ouderen die zich in de risicogroep bevinden.

Een val heeft voor ouderen vele gevolgen
Een valongeluk heeft gevolgen op fysiek, psychosociaal en economisch vlak:

- 40% tot 60% heeft na een val fysiek letsel: kleine letsels, maar ook heupfracturen, hoofdwonden,…
- Ook de psychologische impact is aanzienlijk. Soms kunnen mensen zo bang zijn om te vallen dat ze niet meer alleen een bad durven nemen of buiten komen.
- Daarnaast hebben ouderen die gevallen zijn een toegenomen kans op overlijden (een ‘onvrijwillig letsel’ is de 5de doodsoorzaak bij 75-plussers. Valincidenten zijn de belangrijkste oorzaak zijn van dit onvrijwillig letsel) .

Ten slotte mondt een valincident uit in een toegenomen kost voor de gezondheidszorg: ouderen die gevallen zijn, worden driemaal vaker opgenomen in een rusthuis, RVT of woon- en zorgcentrum. Valletsels vormen de duurste categorie van alle trauma’s bij ouderen.

Valpreventie heeft bewezen effect
Aandacht voor valpreventie thuis kan het aantal ongevallen tot 29% doen dalen. Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin gaf de KULeuven daarom de opdracht een uniforme aanpak voor valproblematiek te ontwikkelen, bedoeld voor ouderen die thuis wonen en een verhoogd risico hebben (dit zijn ouderen die 2 of meerdere keren gevallen zijn in de afgelopen 6 tot 12 maanden of problemen hebben met evenwicht en mobiliteit). De aanpak is bedoeld voor huisartsen, verpleegkundigen, kinesitherapeuten en ergotherapeuten.

Uniforme aanpak in 3 stappen

- Eerst worden de personen met een hoog risico aangesproken (ouderen die in de jongste 6 à 12 maanden gevallen zijn of problemen hebben met evenwicht).
- In een tweede stap worden hun risicofactoren en de oorzaken in kaart gebracht: heeft de oudere problemen met het zicht, is zijn omgeving niet aangepast,…
- In een derde stap wordt de aanpak en de behandeling i.f.v. de oorzaak uitgetekend: begeleiding door bvb kinesitherapeut, huisarts, verpleegkundige, ergotherapeut, …

Preventie kan bestaan uit oefeningen die spierkracht en evenwicht verbeteren. Maar ook een huisbezoek is belangrijk: zijn alle ruimtes goed verlicht en zijn er geen gevaarlijke obstakels?

In een studie werd de aanpak door 99 hulpverleners bij 1142 ouderen uitgevoerd. Ouderen kregen adviezen in functie van hun individuele risicofactoren (bvb. andere opstelling van interieur). Het merendeel van de hulpverleners vindt de uniforme praktijkrichtlijn heel effectief en wil ze op termijn gebruiken. Vooral de tijdsbesparing om tot een correcte evaluatie en interventie te komen spreekt aan. Minister Vervotte heeft in de begroting van 2007 dan ook 80.000 euro gereserveerd om deze uniforme aanpak van valpreventie breed toe te passen in Vlaanderen.

168.000 zorgbehoevenden krijgen vergoeding van Vlaamse Zorgverzekering – Minister Vervotte maakt nieuwe cijfers bekend  (16/10/2006)

Op 16 oktober worden de verzorgenden in de bloemetjes gezet, het is hun dag. Er werken in Vlaanderen tal van verzorgenden, waaronder 13.000 in de thuiszorg. Ze helpen de zorgbehoevenden bij dagdagelijkse activiteiten zoals wassen, eten, aankleden,… Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte maakt enkele nieuwe cijfers bekend over een belangrijke cliënt van de verzorgenden: de zorgbehoevenden die een uitkering krijgen van de zorgverzekering. Hoeveel mensen krijgen nu zo’n uitkering, hoeveel gaat er naar zorgbehoevenden en hoeveel investeert de Vlaamse Regering in het gelijkschakelen van thuiswonenden en rusthuisbewoners?

Wat doet de zorgverzekering?
Zorgbehoevende mensen hebben, veelal langdurig, niet-medische zorgen nodig. Daarvoor kunnen ze rekenen op mantelzorgers, vrijwilligers, professionele zorgverleners of zorgvoorzieningen. De Vlaamse zorgverzekering is gecreëerd om financiële ondersteuning te bieden voor deze niet-medische kosten.

Hoeveel mensen krijgen een uitkering van de Vlaamse Zorgverzekering?
Het aantal zorgbehoevenden dat een uitkering ontvangt, zal dit jaar gestegen zijn met 6% tot bijna 168.000. Het gaat voornamelijk om ouderen, waarvan de meerderheid nog thuis woont en een beroep doet op thuiszorg.

2005 2006 prognose stijging
Thuiswonenende 93.699 101.195 + 8 %
Rusthuisbewoner 64.883 66.683 + 2,7 %
Totaal 158.582 167.878 + 5,9%

Hoeveel bedragen de uitkeringen?
De totale vergoedingen aan zorgbehoevenden zullen dit jaar voor het eerst de 200 miljoen benaderen. De helft hiervan wordt bekostigd met de bijdragen van Vlamingen die ouder zijn dan 25 jaar, de andere helft door de Vlaamse Overheid. De zorgverzekering werkt pas als iedereen solidair is. Elke persoon ouder dan 25 jaar in Vlaanderen en iedereen in Brussel die zich vrijwillig heeft aangesloten, moet elk jaar zijn bijdrage betalen (25 euro of voor bepaalde doelgroepen 10 euro per jaar). Minister Vervotte herhaalt dat de bijdragen deze legislatuur niet zullen verhogen.

2005 2006 prognose stijging
Thuiswonenende 93.322.986 103.339.346 + 10 %
Rusthuisbewoner 93.213.639 94.471.130 + 1,35 %
Totaal 186.536.625 197.810.476 + 6%

Meer dan 100.000 zorgbehoevenden financieel beter af
De Vlaamse Regering wil zorgbehoevenden, voornamelijk ouderen, de kans geven om zo lang mogelijk in hun vertrouwde woning te blijven. Daarom wordt de vergoeding vanuit de zorgverzekering voor zorgbehoevenden die thuis verblijven, stelselmatig verhoogd (€ 105 in 2007, € 115 in 2008 en € 125 in 2009). Daarmee komt deze vergoeding in 2009 op hetzelfde niveau als deze voor rusthuisbewoners.

Het wegwerken van de financiële discriminatie tussen rusthuisbewoners en thuiswonenden betekent een investering van 98,46 miljoen euro voor de Vlaamse Regering. Meer dan 100.000 ouderen zien daardoor hun financiële situatie gevoelig verbeteren. De komende jaren zal dat aantal nog stijgen.

De vergoeding: waaraan kan je ze besteden?
De zorgbehoevende besteedt de vergoeding aan onder meer warme maaltijden, het aanpassen van de woning, het aankopen of ontlenen van hulpmiddelen, het verblijf in een rustoord, … Of aan menselijke bijstand: poetshulp, het vergoeden van mantelzorg , een thuisoppas of gezinszorg.

Vlaams minister van Welzijn Vervotte:
“De verzorgende zorgt ervoor dat personen die zelf niet meer in staat zijn om op eigen kracht dagelijkse activiteiten te verrichten, zoals zich wassen, eten, zich kleden, zich verplaatsen en het huishouden beredderen, toch thuis kunnen blijven wonen. Daarnaast vormt de verzorgende een belangrijke ondersteuning van de mantelzorg.”

Minister van Welzijn Inge Vervotte heeft het aantal uren gezinszorg in 2006 uitgebreid tot 14,8 miljoen uren. Dit zijn 360.761 extra uren (of 2,5%) ten opzichte van 2005, een investering van
8,2 miljoen euro. Daardoor kunnen de diensten gezinszorg 236 nieuwe jobs creëren. Ook voor volgend jaar plant minister Vervotte een uitbreiding van het aantal uren, zodat die op peil blijven met de demografische groei.

Groenten- en fruitwijzer promoot vergeten Vlaamse groenten  (12/10/2006)

Als we onze leef- en eetgewoonten niet veranderen, dan heeft binnen 20 jaar 1 op de 10 Belgen diabetes, meldden artsen- en diabetesverenigingen gisteren nog. Gezonde voeding, waar groenten een essentieel deel van uit maken, vermindert dit risico aanzienlijk. Maar groenten kunnen ook verrassen, daar heeft de culinaire wereld intussen al positief op ingespeeld. Vlaams minister van Welzijn Inge Vervotte wil die trend nog versterken. Daarom lanceert ze de Groente- en Fruitwijzer voor de gezondheidsbewuste kok, in samenwerking met Testaankoop. Met deze handige wijzer lees je in een ogenblik welke groenten deze maand optimaal geschikt zijn voor consumptie. De wijzer wordt op 340.000 exemplaren verspreid, via de kanalen van de Vlaamse Overheid en Testaankoop.

Nu eten we amper 138 gram groenten per dag, nog niet de helft van wat we dagelijks nodig hebben. Slechts 1 op de 5 Belgen eet dagelijks groenten. Nochtans raadt de actieve voedingsdriehoek 300 gram per dag aan, het liefst de combinatie van rauwe en bereide groenten.

Wereldwijd zullen in 2026 350 miljoen mensen aan diabetes lijden, zeggen de verenigingen. Het typische westerse dieet levert immers een teveel aan energie via (verzadigde) vetten en toegevoegde suikers wat een verhoogd risico op hartinfarct, verschillende soorten kanker en diabetes met zich meebrengt. Een gevarieerd voedingspatroon, rijk aan groenten en fruit, vormt een beschermende factor tegen de vele aandoeningen die met het westerse voedingspatroon geassocieerd zijn.

Groenten aantrekkelijk maken is geen gemakkelijke taak, maar er is een kentering aan de gang binnen de culinaire wereld. In de top-5 van eettrends staan onder meer finger food, wokgerechten en salades.

Om die trend nog te versterken, lanceert minister Vervotte in samenwerking met Testaankoop de Groenten- en Fruitwijzer. Het is een stevige recto-verso kleurenwijzer waarop de gezondheidsbewuste kok seizoensgebonden groenten terugvindt. Je kan de wijzer eenvoudig op de koelkast bevestigen. Niet enkel de bekende groenten, maar ook de vergeten Vlaamse groenten worden in de kijker gezet. Waarom kies je best de seizoensgroenten als je de keuken in duikt? Ze zijn goedkoper en beter van smaak, net omdat ze bedoeld zijn om in de desbetreffende maand te eten. Met groenten als Chinese kool, koolraap, pastinaak, rammenas, roodlof of snijbiet erbij is die 300 gram per dag zeker haalbaar.

LINK NAAR GROENTEN- EN FRUITWIJZER

Win een les van Herr Seele – ‘Fit in je hoofd’ trekt naar de scholen  (09/10/2006)

Herr Seele daagt de Vlaamse scholen uit om voor 30 november hun creatiefste
Fit in je hoofd’-verhaal in te sturen. Doel is de 10 stappen uit de campagne ‘Fit in je hoofd, goed in je vel’ van tekening of verhaal te voorzien en tot een verrassend geheel te kneden. Leerlingen dingen individueel of in klasverband mee naar de ‘Zet alles op een rij’ – trofee, die door Herr Seele is ontworpen. De origineelste inzendingen winnen een workshop met de populaire Vlaamse tekenaar voor de hele klas. Dat maakt Vlaams minister van Welzijn bekend n.a.v. de werelddag van de Geestelijke Gezondheid op dinsdag 10 oktober.

Fit in je hoofd trekt naar de scholen
In mei is de campagne ‘Fit in je hoofd, goed in je vel’ gelanceerd. Deze nationale campagne was de eerste die preventie op het vlak van geestelijke gezondheid breed onder de aandacht bracht. Tien concrete stappen bieden een leidraad voor een beter mentaal evenwicht.

Jongeren aanmoedigen om te praten of hulp te zoeken
Minister Vervotte vindt het belangrijk dat geestelijke gezondheid ook in de scholen aan bod komt. Want de drempel om hulp te zoeken, ook bij geestelijke gezondheidsproblemen, ligt vaak nog te hoog voor jongeren.

Een onderzoek van professor Cees Van Heringen bij 4500 Vlaamse en 4500 Nederlandse 15- toont aan dat Vlaamse en Nederlandse jongeren in ongeveer gelijke mate te maken krijgen met ingrijpende gebeurtenissen zoals pesten op school, conflicten met leeftijdsgenoten of de scheiding van hun ouders. Vlaamse jongeren grijpen echter tweemaal zo vaak naar softdrugs om met stress om te gaan, en ze gaan maar half zo vaak als hun Nederlandse leeftijdsgenoten praten met een volwassene die hen kan helpen, zoals een leerkracht. Ook zelfbeschadigend gedrag komt tweemaal zoveel voor onder Vlaamse jongeren.

Met de wedstrijd ‘Zet alles op een rij’ wil minister Vervotte de 10 stappen uit ‘Fit in je hoofd’ verder ingang laten vinden in het onderwijs.

De inzet: een dagje Herr Seele
De leerlingen krijgen tot 30 november 2006 de tijd om een eigen ‘Fit in je hoofd’ – campagne uit te denken. De origineelste inzendingen krijgen een workshop met Herr Seele voor de hele klas. De winnaar gaat bovendien naar huis met een trofee ontworpen door Herr Seele.