Geen Amerikaanse toestanden in de zorg  (26/05/2009)

De liberalen trekken voluit de kaart van de privatisering van de zorgsector. Personen met een handicap moeten een persoonsgebonden budget krijgen en daarmee zelf zorg kunnen ‘kopen’.

CD&V heeft op zich niets tegen persoonsgebonden budgetten. Maar voor men de budgetten persoonsgebonden kan maken, moet er wel meer budget zijn. Wij maken daarin een duidelijke keuze: terwijl liberalen van de verdubbeling van de jobkorting (kostprijs meer dan 700 miljoen euro per jaar!) de absolute prioriteit gemaakt hebben, maken christendemocraten de keuze voor mensen die het vandaag moeilijk hebben: diegenen die geen job hebben, ziek zijn of gehandicapt, met voorrang voor de zwaarst zorgbehoevenden. Je kan van een kei het vel niet afstropen. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden.

De keuze in de gehandicaptensector tussen een financiering via de instellingen dan wel via de personen met een handicap zelf (via een persoonsgebonden of een persoonlijk assistentiebudget) is echter een valse discussie. Want wat ben je ermee om een budget te krijgen omzorg te kopen, als er geen zorginitiatieven zijn die aan de zorgvraag kunnen voldoen. Onder CD&V is voor het eerst een experiment tot stand gekomen om via persoonsgebonden budgetten een zorgvernieuwing tot stand te brengen. Onder de regeringen-Dewael en Somers zijn er wel decreten gestemd, maar daar bleef het bij. De regering-Peeters maakte voor het eerst ook middelen vrij. Als dit experiment gunstig wordt geëvalueerd zijn we vanzelfsprekend bereid dit verder te veralgemenen.

Maar laat ons eerst de inspanningen van deze bestuursperiode verderzetten en dus zorgen dat er budgetten zijn om ze persoonsgebonden te maken. Onder de regeringen Leterme en Peeters werd 128 miljoen euro extra uitgetrokken voor een extra zorgaanbod voor personen met een handicap. Dat is twee keer meer dan onder de paars-groene regering. De huidige regering besliste in 2004 onder impuls van CD&V om het meerjarenplan van paars-groen uit te voeren (5.443 te creëren plaatsen). Dit plan bleek onvoldoende om alle zorgnoden weg te werken. CD&V voerde daarom niet enkel het paars-groene plan uit, maar zette ook voldoende geld opzij en deed finaal een pak méér dan wat gepland was. In totaal werden 6.333 plaatsen gecreëerd. Er waren bij de aanvang van de bestuursperiode 6.600 vragen van personen met een handicap voor zorg. Inmiddels kregen er bijna 17.000 een antwoord.

Jammer dat de liberalen de voorbije tien jaar andere prioriteiten hadden, anders stonden we vandaag nog verder. Het maakt hun ambities op vlak van welzijn dan ook bijzonder ongeloofwaardig.

Of hebben ze de ideologische ambitie om de zorgsector te privatiseren? Dat zou heus geen oplossing bieden. Buitenlandse voorbeelden hebben voldoende aangetoond tot wat dit leidt: een kwalitatief zeer goed aanbod voor wie het kan betalen en een kwalitatief zwak aanbod voor wie het niet kan betalen. Bovendien zien we een vreemde paradox: terwijl sommige liberalen een bank wilden nationaliseren, willen andere liberalen de zorg privatiseren.

Voor CD&V moeten mensen die zorg nodig hebben geen tweemaal getroffen worden: een eerste keer door de nood aan zorg, een tweede keer omdat men die kwalitatieve zorg niet eens kan betalen. Ook in de welzijnssector verkiezen wij het Rijnlandmodel (de sociale markteconomie) boven het neoliberale, Angelsaksische kapitalisme. Wanneer mensen het moeilijk hebben, moet de samenleving sterk zijn en hen niet aan hun lot overlaten.

Dit heeft CD&V de afgelopen vijf jaar bewezen. Het Vlaams regeerakkoord beloofde 5.000 extra plaatsen in de kinderopvang. Er zijn er 19.000 gecreëerd (of 34,4procent meer dan onder de paarsgroene regering). Tegen het einde van het jaar mikken we op 25.000. De beleidskredieten voor personen met een handicap stegen van 818 miljoen (tijdens de regeringen onder leiding van liberalen) naar 1,1 miljard euro deze bestuursperiode, onder leiding van christendemocraten.

Deze lijn willen we ook in de volgende bestuursperiode doortrekken: of het nu gaat over zorg voor ouderen, kinderen, zieken of personen met een handicap: zorg mag voor ons geen ‘product’ worden, waarbij de winst voor de aandeelhouders zwaarder weegt dan het aanbieden van kwaliteitsvolle en menselijke zorg. Het vrije initiatief heeft hierin natuurlijk zijn plaats. Maar dan vanuit een waardengedreven inspiratie (het gaat om mensen, niet om producten), niet vanuit winstmaximalisatie. Dat Vlaanderen inzake zorg en inzake onderwijs op dit vlak een topregio in de wereld is, is te danken aan de wijze waarop we dit tot nu toe hebben georganiseerd. Op het moment dat president Obama de voordelen van het Europese systeem ontdekt, willen wij beslist geen Amerikaanse toestanden.

Marianne Thyssen (voorzitter CD&V), Veerle Heeren (Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin), Inge Vervotte (Volksvertegenwoordiger) Steven Vanackere (Federaal vicepremier) en Tom Dehaene (Vlaams volksvertegenwoordiger).

Het Rijnland-model is niet vanzelfsprekend  (23/05/2009)

Afgelopen maandag stelde voormalig premier Yves Leterme zijn boek voor over het Rijnland-model. Hierin zet hij het model uiteen en toont aan waarom het zo waardevol is. Een Rijnland-economie is een markteconomie met de nodige bijsturingen vanuit de overheid op sociaal vlak. Hieraan is een intens en goed uitgebouwd driehoeksoverleg gekoppeld tussen de overheid, werkgevers en werknemers.

Hier en daar werd geopperd dat zijn pleidooi weinig zin heeft, omdat er een maatschappelijke en politieke consensus zou over bestaan. In het algemeen wordt dit wel gesteld, maar we stellen toch in verscheidene dossiers vast dat dit niet altijd zo vanzelfsprekend is. Ik geef enkele concrete voorbeelden.

Op regelmatige tijden wordt er door sommigen een pleidooi gehouden voor meer vermarkting in de zorg. De afgelopen maanden is pijnlijk duidelijk geworden wat die vrije markt vermag. Ik besef dat er ook goede kanten zijn. Maar we moeten heel voorzichtig zijn om de principes van de marktwerking toe te passen in de zorg, een essentieel onderdeel van onze samenleving. Indien ook daar de kwartaalcijfers het beleid gaan bepalen, maak ik mij ernstig zorgen over mensen die echt zorg nodig hebben.

Ook in de ondernemingen wordt men geconfronteerd met de drang naar grote winsten op korte termijn, wat de werknemers onder druk zet. Dit wijst eerder op het Anglo-Amerikaanse model dan naar het Rijnland-model. Wanneer de resultaten tegenvallen is snoeien in het personeelsbestand een van de maatregelen die garant staat voor positieve beursresultaten.

Ook zijn er de voortdurende aanvallen op vakbonden en ziekenfondsen. In elke organisatie zijn er punten waarop het beter kan, dat is de logica zelve. Daarover opmerkingen maken is correct en zelfs nodig. Maar we mogen niet meegaan in het streven van sommigen, naar een maatschappij waarin de middenveldorganisaties niet langer worden betrokken in het uittekenen van een sociale en rechtvaardige samenleving.

Op een moment waarop een financiële en tewerkstellingscrisis een risico op een sociale crisis vormen, hebben we meer dan ooit nood aan een systeem dat belang hecht aan solidariteit en hoe daar samen aan te werken. En nee, dat is niet vanzelfsprekend.

Leven in balans  ()

Samen met andere CD&V-vrouwen haalde ik op 19 mei, tijdens een persactie op het Schumanplein in Brussel, de ‘female touch’ uit het CD&V-verkiezingsprogramma. De CD&V-werkgroep Vrouw & Maatschappij gaf hiermee de start aan haar “stem vrouw-campagne” met de titel ”Stem vrouw voor een leven in balans.” Marianne Thyssen, Veerle Heeren, Brigitte Grouwels, Hilde Crevits, Joke Schauvlieghe en ikzelf namen plaats op een levensgrote weegschaal en legden ons gewicht in de schaal rond 7 voorstellen voor meer balans in het leven van vrouwen én mannen. Want die balans is vaak zoek.

Zelf benadrukte ik het belang van preventie in de gezondheidszorg. Een vroegtijdige ontdekking verhoogt bij heel wat ziektes de kansen op genezing enorm. Een deel van de bevolking is zich daarvan bewust en kiest op eigen initiatief voor regelmatige controle door een arts. Maar het kan ook anders en beter. Gerichte bevolkingsonderzoeken bij mensen zonder klachten die door hun leeftijd, levenswijze een bepaald risico lopen, kunnen heel wat ergens voorkomen. CD&V pleit voor een versterking van de preventieve gezondheidszorg, ook voor andere ziektes. De huisarts moet hierbij de spilfiguur zijn.

Foto’s van de actie vindt u op de website van Vrouw & Maatschappij.

Een correcte politieke strijd  (18/05/2009)

We maken de ergste crisis mee in decennia. En dan heb ik het niet alleen over het economische of financiële plaatje. Onderzoek wijst uit dat het vertrouwen van de Vlaming in ‘de politiek’ op een dieptepunt zit. En daar moet de politieke klasse de hand in eigen boezem durven steken: wat er de afgelopen maanden is gebeurd, was niet altijd promotie voor onze stiel.

En toch zijn er nog altijd politici die menen dat de enige manier om te ’scoren’, ligt in het zwaar aanvallen van de andere politici en partijen. Zelfs als dat medestanders zijn in een regering. Zij blijven volharden in de boosheid en begrijpen blijkbaar niet dat ze hiermee vele mensen alleen maar verder afkeren van de politiek.

Natuurlijk wil elke partij de best mogelijke resultaten halen, dat is een wezenlijk en zelfs noodzakelijk onderdeel van een democratie. En het hoort bij het politieke spel dat elke politicus zich daarbij op de best mogelijke manier tracht te profileren. Maar waakzaamheid is geboden. Na de verkiezingen zijn er mensen nodig die collegiaal samen beslissingen kunnen en willen nemen, zeker in deze woelige tijden. De mensen verwachten dat de politici er zijn om hun problemen op te lossen. Iedere politicus weet dat hij zal moeten samenwerken om dingen te realiseren en om resultaten te boeken. Aanvallen en uitspraken die een dergelijke sfeer verhinderen en zelfs onmogelijk maken na 7 juni, zijn op dit ogenblik dan ook onverantwoord.

Een inspirerend bedrijfsbezoek  (15/05/2009)

Afgelopen woensdag had ik de gelegenheid om een bedrijf te mogen bezoeken dat in meerdere opzichten bijzonder is. Ten eerste zit het aandeelhouderschap van het bedrijf volledig in een hand. In het verleden heb ik maar al te vaak zeer fundamentele en aanslepende conflicten tussen verschillende aandeelhouders meegemaakt, waar men er niet in slaagde een gedeelde en duidelijke koers voor de onderneming uit te zetten. Daarenboven is deze aandeelhouder ook een geëngageerde en dienstbare aandeelhouder, die sociale doelen nastreeft. Dit leidt tot het opmerkelijke feit dat alle winsten (naast de noodzakelijke investeringen) gaan naar gezondheids- en welzijnsinitiatieven zoals zorg aan zieken, kinderopvang, ondersteuning van mensen die in armoede leven, … Het bedrijf telt momenteel reeds 400 werknemers en heeft in zijn visie opgenomen de tewerkstelling op lange termijn te garanderen. Dit betekent dat het bedrijf de zorg voor zijn werknemers als zijn basistaak beschouwt en dit niet enkel op korte, maar ook op lange termijn. Een dergelijk engagement t.o.v. de werknemers, en bij uitbreiding hun familie, is heel zeldzaam geworden.

Ik vind dat een verademing. Ik heb de rol, de betekenis en de manier van handelen van de aandeelhouder altijd zeer belangrijk gevonden in debatten en discussies over investeringen, herstructureringen, ondernemings- en managementskeuzes, … Vaak zien we aandeelhouders die zich op geen enkele andere manier betrokken voelen met de onderneming, behalve wanneer het over de kwartaalresultaten gaat. Die in vele gevallen dan ook nooit hoog genoeg kunnen zijn. Hoge resultaten op korte termijn is vaak het credo, ten koste van het belang van de onderneming, de werknemers en zelfs ook de consument.

Ik heb er altijd voor gepleit om terug te keren naar de kern van een aantal zaken in onze visie op ondernemen. Ondernemen is meerwaarde realiseren, waar mensen zich samen inzetten. Een onderneming dient te steunen op duurzame en verantwoordelijke relaties waar iedereen in investeert. Die relaties beschermen is ook een mooi doel. Daarom hecht ik veel belang aan de ethiek en het engagement van de aandeelhouder. Niet alleen de werknemers en het management moeten geëngageerd zijn t.o.v. de ondernemingen, ook van de aandeelhouder mag dit verwacht worden.

Laat mij duidelijk zijn: ik houd hier zeker geen pleidooi voor een verweving van de rol van de aandeelhouder – raad van bestuur – management – werknemer. Ieder heeft zijn specifieke rol en eigen verantwoordelijkheid. Wat ik wel belangrijk vind is dat iedereen, dus ook de aandeelhouder, bepaalde waarden nastreeft zoals denken op lange termijn, zorg voor het geheel, solidariteit en het delen van succes, het besef dat een bedrijf geen geldmachine is, maar een werkgemeenschap …

Als bovendien de winsten uitgekeerd worden ten bate van het welzijn en de gezondheid van de mensen, dan wordt het hele verhaal natuurlijk nog mooier. Dit is werkelijk en zeer concreet bouwen aan een solidaire en sociale samenleving en zich verantwoordelijk voelen, ook voor die samenleving, de ecologie, en de mens.

Ik besef dat sommigen dit waarschijnlijk allemaal ‘geitenwollensokkenpraat’ vinden, maar wanneer ik in deze onderneming rondliep en de resultaten en de omzet zag, dan wist ik dat dit niet alleen bij dromen hoeft te blijven. Het is echt wel mogelijk om ethiek en waarden concreet vorm te geven, ook in het bedrijfsleven.